Het Mirakel van Amsterdam,

onlosmakelijk verbonden

De verschijningen van de Vrouwe van Alle Volkeren en het Mirakel van Amsterdam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De Vrouwe verwijst in de boodschappen niet alleen naar het kruis, maar ook naar het dagelijks wonder, tot het dagelijks offer. Amsterdam heeft zij uitgezocht als de plaats van de Vrouwe van Alle Volkeren, naar God’s Heilsplan. Het dagelijks Wonder In de boodschap van 20 maart 1953 zegt ze: “Voordat de Heer Jezus Christus terugging tot de Vader, voordat het kruisoffer begon, gaf de Heer Jezus Christus aan de volkeren van heel de wereld een dagelijks Wonder. Hoevelen zijn er die dit grote Wonder … beleven? Dit grote Wonder gaan zij voorbij. Het dagelijks offer moet weer midden in deze verworden wereld komen.” In deze zelfde boodschap verwijst ze naar de nieuwe kerk: “Gij ziet mij hier staan in het veld.” (Een bekend stukje grond aan de Wandelweg, bij de Rai). “Daar zal de nieuwe kerk komen.” “Aan het hoofdaltaar het offer met het kruis, het dagelijks wonder.” Amsterdam, de plaats van het Sacrament Dan zegt de Vrouwe: “De paters Dominicanen heb ik daarvoor uitgezocht. (de verspreiding) De geefster zal daar de beeltenis plaatsen. De beeltenis moet vlug komen in Amsterdam. Amsterdam heb ik uitgezocht als de plaats van de Vrouwe van Alle Volkeren. Het is ook de plaats van het Sacrament.*  Begrijp dit alles goed.” * Het Mirakel van Amsterdam vond plaats op 15 maart 1345, 600 jaar voor de eerste verschijning van de Vrouwe van Alle Volkeren. In zijn huis in de Kalverstraat lag een zieke man op sterven. Hij ontving de laatste sacramenten maar braakte de heilige Hostie uit. De vrouw die hem verpleegde wierp het braaksel op het vuur. Toen zij de volgende morgen het vuur weer oprakelde, zag zij de Hostie boven de vlammen zweven. Zij legde deze op een doek in een kist en en liet een priester komen. Deze nam de Hostie in stilte mee naar de St.-Nicolaaskerk, de huidige Oude Kerk, maar tot ieders verbazing lag de Hostie de volgende dag weer in de kist. Voor de tweede maal kwam de priester en hetzelfde ritueel voltrok zich. Toen de dag erna de Hostie op onverklaarbare wijze voor de derde maal in de kist werd aangetroffen, begreep men dat het de bedoeling was dat dit wonder publiekelijk bekend werd. De Hostie werd opnieuw naar de St.-Nicolaaskerk gebracht, maar nu in een luisterrijke processie, ofwel ‘ommegang’. De bisschop van Utrecht stond, na onderzoek, in 1346 de verkondiging van het wonder toe. Het Hoogfeest van het H. Sacrament werd een kerk-stedelijk feest en de plechtige processie werd jaarlijks herhaald. Het huis waar de zieke naderhand stierf werd tot kapel omgebouwd. In 1578 werd de jaarlijkse processie door het gereformeerde stadsbestuur verboden en raakte de kapel in onbruik. In 1908 werd de in onbruik geraakte kapel onde veler protest (grotendeels) gesloopt. De fundamenten van de kerk liggen er echter nog. Ook zou het graf van de overleden zieke er zich nog bevinden. Na de sloopt is de kapel op het Begijnhof - al dan niet tijdelijk - aangewezen als de plaats waar het Mirakel van Amsterdam wordt herdacht.
“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juni 2018
”Bouw mijn Kerk en ik maak van Mokum het Lourdes aan de Amstel …”
de Vrouwevan Alle Volkeren