“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juli 2018

De Boodschappen

Jaartal 1949

16de Boodschap

7 mei 1949

Ik moet twee vingers opsteken en dan zie ik een bisschop in vol ornaat. Ik zie daarna een stenen lijkbaar. Daarop ligt een hoge geestelijke, ook van steen. Aan het hoofdeinde van die stenen lijkbaar ligt een kardinaalshoed en daar weer boven een zwaard en een kroon. Dat zwaard ligt gedeeltelijk schuin naast die hoed en omdat de lijkbaar afhelt, wijst het schuin naar beneden. De donkerte van de tijden Dan word ik voor een grote poort geplaatst. Deze wordt geopend en ik moet er binnengaan. Voor de poort staat iemand met een lang gewaad. Het doet mij akelig aan die stap te doen over die drempel. Plotseling zie ik dat het de Vrouwe is. Zij zegt: “Doe die stap.” We komen dan in een grote ruimte die cirkelvormig is. In die ruimte is een oneindige diepte en donkerte. De Vrouwe zegt: “Dat is een donkere vlek. Daar moet u heel diep in gaan. Dit is de diepte en donkerte van de tijden.” De minsten der mijnen Dan zie ik de Vrouwe ineens zitten in rouwgewaad met een witte sluier om het hoofd. Zij heeft heel oude trekken op het gelaat en zit in elkaar voorovergebogen. Zij zegt: “Wij zijn hier in de donkerte, het is de verwording in de mensheid.” Ik zie dan een kruis voor mij. Het corpus glijdt eraf, zodat het kruis kaal overblijft. De Vrouwe zegt heel droevig: “De martelgang begint opnieuw.” Ik zie diepe groeven en dikke tranen op het gelaat van de Vrouwe. Daarna ga ik met haar dieper de donkerte in. We lopen steeds door en ik zie niets dan donkerte. “Hè, wat is dat?” vraag ik. We komen in een grot. De Vrouwe laat mij als het ware het steen voelen; het is een grot van natuursteen. Dan ineens komt er een beetje stro in waarop een kind wordt gelegd. Rondom komen allemaal mensen binnen, heel gewone mensen. De Vrouwe zegt: “Gewone mensen. De minsten der mijnen. Ze kunnen niet meer geplaatst worden, hele drommen.” “De minsten der mijnen”, zegt de Vrouwe steeds. Nu verandert voor mijn ogen die grot in een kerk. Direct daarna zie ik onafzienbare rijen kerken en dan weer die ene kerk. Evenals in de grot ligt er stro, waarop een kindje wordt gelegd. Dat is weer niet een gewoon kind, maar een hemels stralend en vergeestelijkt Kind. Nu neemt de Vrouwe mij mee langs al die kerken. Zij wijst naar allemaal lege banken en zegt: “Ziet ge de fout? Leegte.” Dan komen op die banken allemaal witte plaatjes, alsof het naamplaatjes zijn. Dan zegt de Vrouwe weer: “Ziet ge de fout?” Zij gaat nu met haar hand over al die rijen banken en dan zie ik dat die banken kaal zijn, alle plaatjes zijn eraf. “De minsten der mijnen”, zegt die stem weer en dan is het alsof de Vrouwe die banken wil vullen met mensen. Dan zie ik een bisschop. De Vrouwe zegt: “Zeg dat, zeg dat!” En Zij wijst op die kerken. Dan zegt Zij: “De wereld moet los zijn van alles en vooral de Kerk.” Strijd Dan zie ik de St. Pieter. Ik zie de paus zitten met gebogen hoofd en rondom hem zijn lijfwacht. Ook dat wordt allemaal in die grot geplaatst. Dan schrijft de Vrouwe een grote P met een X erdoorheen. Dat legt Zij voor zijn voeten neer en daarvoor wordt het kruis geplaatst met de lange balk naar boven, dus omgekeerd. De Vrouwe zegt: “Waar zijn uw soldaten?” De paus zit met opgeheven vingers en boven zijn hoofd staat: ‘Strijd’. Ik zie steeds meer strijd. Dan zie ik ineens soldaten met hoge mutsen op achter de paus staan, zij steken twee vingers op. Tweestrijd en verwording De Vrouwe zegt: “Dan komt er een grote tweestrijd in de wereld.” En ik zie twee machten tegenover elkaar staan. Ineens zie ik een veld met wuivend koren, heel langzaam gaat het heen en weer. Dan hoor ik de Vrouwe tot tweemaal toe zeggen: “Verwording.” Daarna zegt Zij: “Rusland zal alles met schijn doen. Er komt een hele omwenteling.” Nu zie ik de aarde en het is alsof het een slag om gaat. Dan zegt de Vrouwe: “De natuur verandert ook.” Ik hoor: “Christus is niet meer.” Ik ga zoekend rond en hoor: “Realisme, een geest van realisme.” Ik zie die geest als het ware ook. De geest die ze niet begrepen hebben Dan krijg ik een heel mooi beeld. We komen weer in die grot en ik zie dat als het ware alle vruchten en rijkdommen van de aarde in die grot worden gelegd. Nu trekt de Vrouwe een vrolijk gezicht en zegt tegen mij: “Wij gaan verdelen.” Maar dan wordt Zij ineens heel ernstig en zegt: “Zo is de geest geweest die ze niet begrepen hebben.” En onderwijl is het net alsof Zij uitdeelt. Nu laat de Vrouwe mij het lege kruis zien en legt het plat neer op de bodem van de grot. Natuurkrachten Plotseling kom ik boven de aarde te staan, de wereldbol ligt beneden ons. Ik zie nu iets heel eigenaardigs, iets wat wij niet kennen, namelijk een vlak in het midden, heel blauw en van een oneindige diepte. Daaromheen komen ringen, cirkels van prachtige kleuren, die in elkaar overvloeien. Het zijn kleuren die wij niet kennen. Terwijl ik daar zweef in het luchtruim, word ik plotseling als door een magneet naar beneden getrokken. De Vrouwe zegt: “Het zijn natuurkrachten, daar zult ge van horen.” Het lijkt me dat dit voor later is. Wij gaan dan verder en komen boven die ringen of cirkels in een oneindig licht, een heel vreemd en typisch licht. Daarna komen wij boven een andere cirkel, die voor mij heel zwaar is; ik word gevoelloos in mijn handen en in mijn hele lichaam; het is net of ik zweef, of ik op en neer ga. Dan krijg ik een soort pijn, een vreselijke pijn. Wat dat daarmee te maken heeft, weet ik niet. Dit beeld gaat weg en nu zie ik de Vrouwe naar iets wijzen. Zij zegt: “Dat is de lichte cirkel.” De Kerk ingesloten En nu zie ik ineens weer de St. Pieter, daarnaast de Engelse, dan de Armeense en dan de Russische Kerk; dat wordt mij weer ingegeven. Om dat alles heen komt een lijn. Ik zie dan de paus aan het hoofd zitten en de twee uiteinden van die lijn vasthouden. Daar achter, achter de paus en die kerken, hoor ik heel vaag het woord: “Atheïsten.” Die maken om dat alles heen een halve cirkel. Dan komt er een nieuwe boog omheen. De Kerk wordt als het ware ingesloten. Ik hoor de Vrouwe heel bedroefd en nadrukkelijk zeggen: “Wij redden het zo niet.” Daarna zie ik een ezel met vluchtende mensen. Op de ezel zit een vrouw met een kindje. Beiden zijn lichtende gestalten. Het is een oosters tafereel. Verdeelde wereld Daarna zie ik Europa voor mij liggen en Amerika ernaast. Het is alsof ik een greep doe midden in Noord-Amerika en dit dan uitstrooi over Europa heen. Ik weet niet wat het is. Dan zie ik in de verte allemaal oosterse volkeren. “Die zal hij wakker roepen”, zegt de Vrouwe. Ik zie dit heel in de verte. Dan verschijnt er een doodskop en ik hoor de Vrouwe zeggen: “Er komt een grote ramp. Daar zullen ze van ophoren. De oostzeeën zitten vol; dat zie je niet.” Ik moet nu een lijn trekken van noord naar west, schuin naar beneden. Ik weet niet wat dit betekent. Dan zegt de Vrouwe: “Ze zoeken naar vrede, maar hij is niet te vinden.” En nu gaat de Vrouwe weg.

17de Boodschap

1 oktober 1949

Christus vervolgd Ik zie de Vrouwe. Zij zegt: “Mijn kind, Ik help je. Heb vertrouwen, ook in zware ogenblikken.” Zij legt een kruis in mijn hand; het is zo zwaar. De Vrouwe zegt: “Kind, het kruis zal je ronddragen.” Nu zie ik voor mij geschreven staan: ‘1950’ en dan: ‘1951-1953’. Dan zie ik de St. Pieter voor mij. Druppels vallen erop: tranen of regen. Dan zegt de Vrouwe: “Waarschuw toch dat het zo niet goed gaat. Mijn Zoon wordt weer vervolgd. Neem het kruis en plant het toch middenin. Dan zal er pas vrede zijn.” Strijd op de Balkan. Engeland Daarna zie ik ineens de Balkan. Er is strijd; ze vechten weer. De Vrouwe zegt: “Kind, er zal een zware strijd komen. Wij zijn deze strijd nog niet uit. Rampen van economische aard zullen komen. Het Empire van Engeland wankelt.” Ik zie nu de kroon van Engeland met een touw eraan; er wordt aan alle kanten aan die kroon getrokken om hem boven dat land in evenwicht te houden. Daarna zie ik de paus en een patriarch. Rusland Dan zegt de Vrouwe: “Kom mee naar Rusland.” Ik zie nu Rusland. De Vrouwe neemt mij mee naar glazen gebouwen, ook ondergronds, waar allerlei mensen werken. Het lijken mij Duitsers, Fransen en Polen, maar ook anderen; ik hoor ze verschillende talen spreken. Het lijkt me heel ver Rusland in, ergens in de grote, onbewoonde vlakten boven in Rusland. De Vrouwe zegt: “Chemische stoffen zijn zij daar aan het maken. Amerika, wees gewaarschuwd! Grijp toch in, grijp toch in! Het gaat hier niet alleen om mensenlevens, doch om hogere machten. Breng toch weer het geloof in de wereld. Maar de gelovigen ...” en de Vrouwe schudt het hoofd. “Leef er toch naar: Naastenliefde. Liefde toch is het eerste gebod. Daarna komt Rechtvaardigheid.” De Donaulanden Nu ga ik als het ware met de Vrouwe de Donau af. Zij wijst om zich heen en zegt: “Hier moet gewerkt worden, daar moet gewerkt worden.” En Zij wijst van links naar rechts. “Het moet terug tot God. Het volk is er rijp voor. De hoofdleiders willen echter niet.” En dan is de Vrouwe ineens weg.

18de Boodschap

19 november 1949

Italië en Duitsland Daar is de Vrouwe weer. Zij laat mij Italië zien en zegt: “Daar moet van hogerhand gewerkt worden. Woorden alleen geven niets. Daden!” Dan is het alsof ik de St. Pieter zie wankelen. De Vrouwe zegt: “In Italië moet beter gewerkt worden tegen het communisme. Waarschuw toch voor Duitsland en Italië. (19) Het is nog te redden. Ik zeg het hier, dat je het overbrengt, dat zij werken tegen de verwording van Duitsland. De mensen zijn goed, doch zij worden door de omstandigheden verkeerd geleid. Wij moeten daar het kruis weer brengen en het middenin planten. Ze moeten beginnen bij de jeugd het geloof weer op te wekken en het geloof er weer inbrengen. Als in Italië niet hard gewerkt wordt, dan zal het ten onder gaan. De minsten der mijnen moeten opgewekt worden.” Bidden Dan is het alsof de Vrouwe een hele schare mensen naar een zeker punt brengt. Terwijl ik ernaar kijk, zie ik de Vrouwe die mensen naar een altaar duwen waarop een groot kruis staat. Dan zegt Zij: “Dat is het werk van de groten der aarde, maar ...” En dan gaat de Vrouwe met haar vinger heen en weer en schudt steeds met het hoofd van ‘nee’. “Daarom moeten zij allen meewerken. Geef dat toch door!”, zegt de Vrouwe. “Zij moeten nog meer bidden. Bidt voor de verwording. De hele wereld zal zichzelf vernietigen als zij dit niet doen. Daarom liet Ik je dit zien.” En nu is de Vrouwe ineens weg.

19de Boodschap

3 december 1949

Duitsland. Modern heidendom Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt: “Kind, Ik breng je weer een boodschap voor Duitsland. Het moet gered worden.” Dan neemt de Vrouwe mij mee over Duitsland. Terwijl ik Duitsland zie liggen, voel ik de toestanden die er heersen: een verschrikkelijke achteruitgang van het land, van het volk, van de jeugd en een grote geloofsafval. De Vrouwe zegt: “Laten de bisschoppen toch werken. Zij moeten aan hun priesters bevel geven vooral onder de jeugd te werken tegen het humanisme, modern heidendom.” Ik zie allemaal kruisen voor mij staan. De Vrouwe laat mij zien hoe die kruisen op verschillende plaatsen gebracht worden. Nu zie ik in Berlijn een groot plein, waar het rijksdaggebouw staat. Het is alsof de Vrouwe daar een groot kruis plaatst en Zij zegt tegen mij: “Daar moeten de mensen gebracht worden. De jeugd moet van het modern heidendom afgehouden worden. Laten ze toch hard werken daarvoor.” Rome Dan zie ik Rome weer voor mij. De Vrouwe gaat waarschuwend met de vinger over Rome heen en zegt: “Ach, ach, waarom niet van daaruit beginnen? Het moet helemaal omgebouwd worden.” En het is alsof Zij met haar handen om het Vaticaan heen gaat en daaronder woelt en alles ondersteboven haalt. Nederland Dan zie ik Nederland liggen. De Vrouwe zegt: “Ook Nederland begint op de helling te komen.” Ik zie de jeugd van Nederland, jonge mensen en kinderen, bij een helling staan. De Vrouwe zegt: “Zij staan bij een helling.” De kloof Dan is het alsof de Vrouwe mij ergens heenbrengt. Ik zie voor mij twee heel hoge bergen. Daartussenin is een heel diepe, zwarte kloof of afgrond. Ik word als het ware ineens op een van die bergen gezet. De Vrouwe zegt: “Kijk ...” En ik zie een afgrond midden in de wereld. Ineens is het alsof die twee bergen door de Vrouwe tot elkaar gebracht worden en Zij zegt: “Die kloof moet tot elkaar gebracht worden.” De wetten veranderen Daarna zie ik de St. Pieter. De Vrouwe zegt: “Kind, je ziet daar de paus in vol ornaat met twee vingers opgestoken. Luister goed. De leer is juist, maar de paus is gerechtigd om de wetten te veranderen. Laat hij toch doorzetten!” Ik zie steeds de paus voor mij zitten met de twee vingers omhoog. Dan zie ik een grote raadzaal waarin de paus zit. “Kind”, zegt de Vrouwe, “die wetten mogen veranderd worden. Dat mag, dat moet veranderd. De standen moeten meer tot elkaar komen. Laten ze in Rome toch doorzetten en het voorbeeld geven aan de hele wereld. Denk toch en zeg toch - en weer zeg Ik het je - : de liefde immers is het eerste gebod en daarnaast, alsof het met een boog verbonden is, de waarheid en rechtvaardigheid.” De leer van Christus “Kind”, zegt de Vrouwe weer, “kijk!” En dan zie ik tussen de Vrouwe en de paus een ‘50’ staan. De Vrouwe zegt: “In dat jaar zal er hard gewerkt moeten worden en ... niet alleen met woorden. De leer van Christus is juist. Waarom wordt zij niet juist en in de finesses beleefd?” Ik zie nu rondom mij kleine puntjes en in het midden een grote rode punt. De Vrouwe drukt zwaar met de hand op die rode punt en zegt: “Dat is de hoofdzaak. Het wordt niet goed beleefd. Daar moet een hele omwenteling komen. Als zij de waarschuwingen niet nakomen, zullen zij ten onder gaan en daar naar toe komen.” En dan zie ik weer die bergen met afgrond. Daarna zie ik weer de paus en de Vrouwe zegt: “Hij heeft te bevelen en het zal gebeuren.” Dan zie ik Italië en vreemde, hoge geestelijkheid; ik zie de paus zitten met kardinalen en bisschoppen om hem heen, in een raadzaal van het Vaticaan. De Vrouwe zegt me dat hij een decreet uitvaardigt. Dan zie ik een overbrugging tussen de hogere en lagere standen. “Daar moet het heen”, zegt de Vrouwe. “Denk aan de liefde en rechtvaardigheid. Laat allen die geloven medewerken tot het goede.” Het zal met de jaren uitkomen Dan vraag ik: “Maar zijt gij dan de Vrouwe?” (20) Zij kijkt mij glimlachend aan en zegt: “Laat je leidsman in je geloven. Hij heeft bewijzen genoeg. Zeg hem het volgende: hij heeft goede bedoelingen en liefde in zich ook voor zijn werk. En verder ...” De Vrouwe maakt dan een vriendelijke beweging met haar handen en haar hoofd, zoals een goede moeder, en zegt: “En verder make hij zich niet bezorgd. Zijn leven is eenmaal zo geleid. Het bewijs is voor u geleverd. Meer kan Ik nog niet zeggen. Het zal met de jaren uitkomen. Zeg hem dit.” Ik schrik erg van die laatste woorden en denk: met de jaren? Hoe lang moet dat dan duren? En dan gaat de Vrouwe weg.

20ste Boodschap

16 december 1949

Arm Duitsland Ik hoor de Vrouwe zeggen, terwijl Zij heel streng kijkt en waarschuwend met de vinger heen en weer gaat: “Arm, arm Duitsland. Neem toch de kruisen op en plant ze middenin. Wek toch de geestelijken op. Begin van onderaan. De lagere bevolking moet weer gebracht worden naar Hem. Weet toch dat dat zo werkt!” En de Vrouwe maakt een vuist en laat mij die zien. Zij doet dat heel krachtig, Zij zwaait zelfs haar arm en vuist naar mij toe. Zware wolken boven de St. Pieter Daarna zie ik de St. Pieter. De Vrouwe houdt haar hand daarboven en zegt: “Dat zal en moet beschermd worden. Die andere geest dringt zo ontzettend door.” Dan zie ik voor mijn ogen allemaal wolken, witte en rode, door elkaar gaan. Het is alsof ze heel druk door en langs elkaar heen gaan. Daaronder zie ik silhouetten van allerlei verschillende koepels en kerktorens, door en naast elkaar. De Vrouwe wijst mij op dit beeld en dan is het alsof Zij met de handen de wolken uit elkaar haalt. Ik zie nu een heel diep blauw vlak voor mij en midden in dat blauwe vlak staat een hel licht, net een heel heldere ster, die schittert voor mijn ogen. De Vrouwe tikt met de wijsvinger op dat licht, heel fijntjes maar toch zo krachtig dat ik als het ware de slagen hoor, alsof Zij met een hamer daar tegenaan tikt. Zij zegt dan: “Daar moeten zij heen.” Dan zie ik daaronder zware wolken hangen, heel zwarte en de koepel van de St. Pieter. Ik hoor die stem zeggen: “Strijd zal er komen. Het is hevig, het zal ontbranden. Wij zijn er nog lang niet.” Werken met daden Daarna zie ik de paus voor mij zitten. De Vrouwe kijkt ernstig, wendt het hoofd opzij en zegt: “De onderdanen aansporen. Niet alleen aansporen, maar in de ware christelijke geest moeten zij werken. U denkt dat dit alles goed is, maar er moet met daden gewerkt worden. Ik ben duidelijk genoeg. Nog meer hameren op sociale rechten, rechtvaardigheid en naastenliefde. Maar ... doen, niet in woorden, maar daden. Daden kunnen ze brengen naar het licht, dat Ik u gewezen heb.” Daarna zie ik Europa voor mij. De Vrouwe zegt: “Europa, wees gewaarschuwd! Verenigt u in het goede. Dit is niet alleen een economische strijd, het gaat om de geest te bederven. Politiek - christelijke strijd. Het moet van hoog af komen, zij moeten voorbeelden geven. Maar ook helaas de geestelijkheid, zij moeten afdalen tot de minsten der mijnen.” Naastenliefde, Rechtvaardigheid Dan zie ik boven de paus en de St. Pieter geschreven staan: ‘Naastenliefde, Rechtvaardigheid’. Het staat met grote letters. De Vrouwe zegt: “Dit is de grote fout van deze tijden. Als er niet naar geleefd wordt, zal het steeds erger worden en gaat de wereld steeds dieper en dieper. Ieder voor zich moet zorgen dat hij dit naleeft.” Dan is het alsof de Vrouwe een kruis in mijn hand legt en Zij zegt, terwijl Zij op zichzelf wijst: “Niet mij, maar het Kruis.” Periode van strijd en rampen Zij laat mij dan lezen op een bord waarop staat: ‘50 - 51 - 53’ en zegt: “Deze periode zal er een strijd komen en rampen.” Dan houdt Zij beschermend haar hand over die koepel en de andere hand voor de ogen. Ik krijg een vreselijke, brandende pijn in mijn hand. “Het is niet om uit te houden”, zeg ik. Dan zegt de Vrouwe met klem: “Die geest zal steeds proberen in allerlei vorm door te dringen, langzaam, geraffineerd. Het zal zo geraffineerd doordringen, dat de volkeren ze niet zullen herkennen. Nogmaals waarschuw Ik je dit door te geven.” Lombardi Dan zie ik Italië. Daar zie ik een gewone, sobere man, een geestelijke. Het is alsof hij midden in een hele groep mensen staat te spreken. De Vrouwe lacht en wijst daarop. Terwijl ik ernaar kijk zegt Zij: “Die Lombardi, die doet het goed. Die werkt in een richting zoals Wij het willen.” (21) Daarna zie ik twee rijen verschillende kerken voor mij. Dan is het of de Vrouwe naar de voorste rij gaat en heel luchtig met de hand over die rij gaat. Ik zie die kerken als één blok omvallen en verdwijnen. Het middelpunt Dan zegt de Vrouwe weer: “Kind,” en Zij tekent een soort ruitvorm voor mij, “kind, dat is het middelpunt.” Ik zie nu een koepel en daaromheen een muur in de vorm zoals Zij het tekende. Ik zie ineens dat het de koepel van de St. Pieter is. Daaromheen loopt een dun stroompje, dat afgescheiden is door een dunne, zwarte streep. De Vrouwe wijst daarop en zegt weer: “Dat is het middelpunt.” Dan gaat Zij heel langzaam en nadrukkelijk met de vinger heen en weer en zegt: “Laat dat het middelpunt blijven. De geesten der wereld zijn bezig dat middelpunt te vernietigen. Ik zal u helpen.” Ik zie nu dat de Vrouwe weer haar hand boven de paus en de St. Pieter houdt. Dan zie ik ineens links van mij een grote, zwarte klauw met lange, puntige nagels. Het is alsof die klauw door alles in de St. Pieter heen woelt. Wat een pijn krijg ik. Het wordt alles roze en rood voor mijn ogen. Dan begint die klauw over alles heen te zweven en op dat moment zie ik een zwarte adelaar in de vlucht. Hij vliegt met brede wiekslagen naar links. Duitsland en Italië Rechts van mij zie ik Duitsland liggen. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Duitsland, wees gewaarschuwd!” Over Duitsland zie ik nu een driehoek getekend staan. De Vrouwe zegt: “De geest van de driehoek tracht door te dringen in een andere vorm. De mensen zijn goed, maar zij worden heen en weer getrokken en weten geen uitweg meer. Arm Duitsland. Zij worden en zijn het slachtoffer van dat andere grote.” Ik zie dan ineens een Duitse bisschop voor mij in vol ornaat, een oudere man, een krachtige figuur. Aan mijn rechterkant komt een leek te staan, ook een krachtige mannenfiguur. Ik hoor: “De bisschop op zijn gebied en daar komt iemand op het andere gebied. Maar dat is voor later. Duitsland zal trachten zich eruit te werken, zo ook Italië.” Dan zie ik weer die eenvoudige geestelijke met mensen om zich heen. De Vrouwe zegt: “Hij probeert het ware onder de mensen te brengen.” Dan zegt Zij tegen mij: “Gij zult dit verspreiden, zeg dat toch.” En de Vrouwe is ineens weg. 19.  D.w.z. voor de situatie in Duitsland en Italië 20.  De zieneres moest van pater Frehe, haar leidsman, aan de verschijning vragen of Zij Maria was en wat ‘de Vrouwe’ betekende. 21.  Pater Ricardo Lombardi S.J. begon in 1948 zijn ‘Kruistocht der Goedheid’. Gedurende vele jaren predikte hij in eenvoudige bewoordingen       onvermoeibaar het evangelie, waarbij hij steeds de liefde van God centraal stelde. Hij riep niet alleen op tot persoonlijke bekering maar ook tot       verwezenlijking van de christelijke idealen in de wereld-gemeenschap. Hij maakte hierdoor diepe indruk en wist de harten van vele mensen       te raken.

< VORIGE

VOLGENDE >

de Vrouwevan Alle Volkeren