“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juli 2018

De Boodschappen

Jaartal 1951

26ste Boodschap

25 januari 1951

Droom Deze boodschap was eigenlijk een droom. (28) Ik was werkelijk in slaap gevallen en droomde. Toch was ik in een halfwakende toestand op het moment dat deze boodschap kwam. Toen het voorbij was, werd ik helemaal wakker. Ik ben toen opgestaan en heb de boodschap zelf opgeschreven: In de nacht van 24 op 25 januari 1951 droomde ik dat ik ergens ver weg in een eigenaardig zaaltje of vertrek stond. Daar kwam ineens de Vrouwe tegenover mij staan. Zij was gekleed in een wijde mantel die Zij omgeslagen had; de doek, die Zij normaal op het hoofd droeg, was om haar hals heen geslagen; aan de blote voeten had Zij sandalen. Zij zei tegen mij: “Kijk goed en luister.” Het laatste avondmaal Nu zag ik voor mij een lange tafel en daarachter een soort rustbank waarop verschillende mannen kwamen te zitten, half liggend. In het midden zag ik een lichtende Figuur met brood voor zich en een kelk met wijn. De Vrouwe stond achter dat geheel en zei weer tegen mij: “Kijk goed en luister.” Nuchter ter tafel gaan En ineens werd de zaal een grote kerk vol mensen, waar de Vrouwe en ik midden in stonden te kijken. Nu hoorde ik de stem van de Vrouwe zeggen: “Er zal en moet een decreet uitgevaardigd worden, dat de mensen niet meer nuchter behoeven te zijn om te communiceren. Er zijn zoveel mensen die, juist als ze in de kerk zijn, een vreselijke behoefte kunnen krijgen om ter tafel te gaan en daarvan zijn buitengesloten, omdat ze niet nuchter gebleven zijn.” Toen wees de Vrouwe op die mannen en zei: “Deze mannen gingen ook zo van de straat ter tafel.” En ineens zag ik weer heel vlug die zaal. Een nieuw decreet “Kijk eens,” zei de Vrouwe, “eerst gaan weinig mensen naar de communiebank.” En toen hoorde ik ineens een stem, alsof die van buitenaf kwam en dat decreet uitvaardigde. (29) En toen zag ik de mensen stromen naar de communiebank. “Zo moet en zal het gebeuren”, zei de Vrouwe. “Ziet ge nu het verschil?” En meteen was alles weg en werd ik wakker.

27ste Boodschap (30)

11 februari 1951

(Onze Lieve Vrouw van Lourdes) De Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren Ik zie een hel licht en dan zie ik de Vrouwe staan. Zij zegt: “Ik ben de Vrouwe, Maria, Moeder van alle Volkeren. Je kunt zeggen: de Vrouwe van alle Volkeren of Moeder van alle Volkeren, die eens Maria was. Ik kom juist vandaag om je te zeggen dat Ik dit wil zijn. Mensenkinderen van alle landen zullen toch één zijn.” Dan blijft de Vrouwe, zonder iets te zeggen, in de voor mij bekende houding staan en kijkt me steeds aan. Dan zegt Zij: “De hele wereld is in omwenteling. Doch het ergste is: de mensen dezer wereld worden in omwenteling gebracht.” En dan is het alsof de Vrouwe langs de wereldbol gaat en ik die hele wereld door elkaar zie gaan en in omwenteling komen. Het Tweede Vaticaans Concilie “Ik breng je hierheen”, zegt de Vrouwe nu en opeens sta ik met haar boven Italië. Ik zie het Vaticaan en daarna ga ik met de Vrouwe de St. Pieter in. Wij lopen door het middenpad en blijven dan ongeveer in het midden van de St. Pieter staan. Aan weerskanten zie ik stellages, banken die trapsgewijs omhoog lopen. Op die banken zie ik allemaal kardinalen en bisschoppen met witte mijters op. (31) De Vrouwe zegt: “Zie goed, dit zijn de bisschoppen van alle landen.” Nu zie ik de paus zitten met de tiara op. Hij zit aan het eind van het middenpad. Om hem heen zie ik een paar geestelijken staan. In de ene hand houdt hij een scepter en in de bekende houding steekt hij twee vingers van de andere hand omhoog. Hij heeft een groot, dik boek voor zich. De Vrouwe zegt: “Luister goed, kind. Er zijn reeds veranderingen gekomen en in behandeling. Ik wil echter de boodschap brengen van de Zoon. De leer is goed, doch de wetten kunnen en moeten veranderd worden. Ik wil je juist vandaag dit zeggen, omdat de wereld in grote omwenteling is. Niemand weet welke kant heen. Daarom wil de Zoon mij deze boodschap laten zenden.” De pijnen van het kruis En nu sta ik ineens voor een groot kruis. Ik kijk ernaar en krijg dan verschrikkelijke pijnen. Ik krijg spierkrampen van mijn hoofd tot mijn voeten. Het is alsof alle spieren in mijn beide armen samentrekken zodat mijn handen zich tot vuisten maken. Het is alsof mijn hoofd uit elkaar getrokken wordt en ik krijg een koortsgevoel alsof mijn hoofd zal barsten. Van het geheel begin ik te huilen. Ik kan het niet langer uithouden en vraag de Vrouwe of dit mag weggaan. Dan glimlacht Zij. Even duurt het nog en dan is alles weer voorbij. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Laat toch allen weer terugkomen tot het Kruis, dan alleen kan er vrede en rust zijn.” Het gebed wordt gegeven Terwijl ik nog met de Vrouwe voor het kruis sta, zegt Zij: “Zeg mij na.” Dat is voor mij wel even vreemd; ik denk: ik zeg toch alles na wat Zij mij voorzegt! Maar ineens zie ik dat de Vrouwe nog mooier wordt dan Zij al is. Het licht dat Zij altijd om haar heen heeft, wordt veel heller en scherper, zodat je er bijna niet in kan kijken. Haar handen, die Zij altijd omlaag houdt, brengt Zij naar omhoog en tegen elkaar. Haar gezicht wordt zo hemels, zo verheven, dat kun je gewoon niet navertellen. Haar gestalte wordt nog doorzichtiger en zo mooi dat ik er in verrukking naar kijk. Dan zegt de Vrouwe: “Bid toch voor het kruis: Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nú Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van álle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn. Amen.” De Vrouwe spreekt dit gebed zo mooi en indrukwekkend uit, dat kan geen mens ter wereld nadoen. Zij benadrukt het woord ‘nu’ in ‘zend nú Uw Geest’ en ‘alle’ in ‘laat de Heilige Geest wonen in de harten van álle volkeren’. Het woord ‘amen’ spreekt Zij ook zo mooi en zo plechtig uit. Ik sta nog steeds voor het kruis en heb dat gebeden en nagesproken, deze woorden die de Vrouwe mij voorzei. Het is alsof ze in mij geprent staan. Ik zie het nu in grote letters geschreven staan. Het eerste en voornaamste gebod De Vrouwe zegt verder: “Kind, dit is zo eenvoudig en kort, dat ieder in zijn eigen taal het kan zeggen voor zijn eigen kruis. En die geen kruis hebben, zeggen het voor zichzelf. Dit is de boodschap die Ik juist vandaag wil zeggen, omdat Ik nu kom zeggen, dat Ik de zielen wil redden. Werkt toch allen mee aan dat grote werk der wereld. Als toch ieder mensenkind voor zichzelf probeert dit na te volgen.” Dan steekt de Vrouwe een vinger op en zegt: “Vooral in het eerste en voornaamste gebod: Liefde.” Met grote letters zie ik nu dit woord geschreven staan. “Laten ze daarmee beginnen”, zegt de Vrouwe. Dan zie ik een bepaalde groep mensen; de Vrouwe kijkt daar heel meewarig naar en zegt: “En dan zullen de kleinen dezer wereld zeggen: wat kunnen wij daarmee beginnen? De groten immers zijn het die ons dit aandoen.” Dat zegt Zij heel mooi, alsof Zij heel erg begaan is met die mensen om haar heen. Maar dan verandert het gezicht van de Vrouwe en met veel nadruk zegt Zij: “En dan zeg Ik tot de kleinen: als gij de Liefde in alle finesses doorvoert onder elkander, hebben ook de groten geen kans. Ga tot uw kruis en zeg wat Ik u voorgesproken heb en de Zoon zal het verhoren.” De strijd om de geest Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Er zal weer een grote natuurramp komen. De groten dezer wereld zullen het steeds niet eens zijn. De mensen zullen zoeken hier en daar. Denk om de valse profeten. Zoek en vraag alleen om de ware, Heilige Geest. Het is immers op het ogenblik een ideeënoorlog. De strijd is niet meer om rassen en volken, de strijd is om de geest. Begrijp dit goed!” De wetten kunnen veranderd worden Dan vouwt de Vrouwe de handen ineen. Ik zie nu de paus met kardinalen en bisschoppen. De Vrouwe zegt, alsof Zij tegen de paus spreekt: “Gij kunt deze wereld redden. Ik heb meermalen gezegd: Rome heeft zijn kans. Grijp dit ogenblik aan. Geen kerk in de wereld is zo opgebouwd als de uwe. Maar ga mee met uw tijd en dring toch aan op uw moderne veranderingen bij religieuzen, priesters, priesterstudenten, enzovoorts, enzovoorts. Houd toch oog daarop. Voer het toch door tot in het kleinste. De leer blijft, maar de wetten kunnen veranderd. Laat de kinderen dezer wereld meer genieten van de gedachtenis aan mijn Zoon.” Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Ik heb u in de droom (32) laten zien hoe het meerdere communiceren doorgevoerd kan worden. Dit zeg Ik u voor Nederland en alle landen waar dit niet is.” Landen van Europa. Amerika “Voor Duitsland wil Ik zeggen: laat men toch in dit land hard en hard werken om de mensen, die ver en ver afgedwaald zijn, terug te brengen naar dit middelpunt: het Kruis. Priesters zijn er te weinig, maar leken zijn er velen. Voert toch een grote actie onder de leken om ze op te roepen tot dit doel. Werkt hier vooral met grote liefde en caritas. Laten de groten van Duitsland helpen en zich niet afwenden van de Kerk. Deutschland jedoch liegt mir sehr am Herzen. Die Mutter Gottes weint über die Kinder Deutschlands. Voor Frankrijk, België, Balkan, Oostenrijk zeg Ik het volgende: laat u niet naar de verkeerde geest zenden. Voor Italië zeg Ik: groten van Italië, kent gij uw taak? Tot Engeland zeg Ik: Ik keer terug, Engeland. Tot Amerika zeg Ik: drijf uw politiek niet te ver door en zoek de ware Geest. Ik ben blij dat Amerika het geloof beter vindt op het ogenblik.” Afrika. Azië. Wij zorgen voor hen “Voor Afrika zeg Ik: zeg toch dat Ik graag heb, dat daar een seminarie komt. Ik zal de Dominicanen helpen. Zeg dit tegen uw leidsman. (33) Zeg hem ook, dat de Zoon tevreden is over zijn werk en leiding. Zeg hem, dat hij toch in deze zaken meer durft door te voeren. Ik wil u alleen gebruiken om de wil van de Zoon in deze tijd door te voeren. Wel wil Ik vragen, dat gij, mensenkind, de mensen zoveel mogelijk helpt. Ik geef je de kracht en steun daarvoor. Uw leidsman is gekozen om je te helpen alleen bij dit werk. Verder kan alles zo blijven als het is. Hij zal mij begrijpen. Verder wil Ik zeggen tegen alle oosterse en Aziatische volken, of zij de Zoon kennen of niet: Wij zorgen voor hen.” Deze tijd is onze tijd Dan wijst de Vrouwe weer op de aardbol en zegt: “Deze tijd is onze tijd. Gij, kind, zijt het werktuig alleen om deze dingen over te brengen. Gij zult dit doen. Ja, er zijn bewijzen genoeg, die Ik ook heden nog gezegd heb. Zeg dat Ik wil zijn: de Vrouwe van alle Volkeren.”

28ste Boodschap

4 maart 1951

De wil van de Zoon Ik zie een hel licht en hoor dan: “Daar ben Ik weer.” Door dat helle licht heen zie ik de Vrouwe staan. Zij zegt: “Zie goed en luister wat Ik je te zeggen heb.” Dan schudt de Vrouwe afkeurend met het hoofd tegen mij en zegt: “Kind, je zult toch mijn boodschap overbrengen. Het is alleen mijn bedoeling dat de wil van de Zoon opgevolgd wordt in deze tijd. Begrijp goed, jij bent alleen het werktuig.” De beeltenis van de Vrouwe Dan is het of de Vrouwe heel duidelijk voor mij komt staan en Zij zegt: “Zie naar mijn beeltenis en bekijk die goed.” En Zij maakt een gebaar alsof Zij wil zeggen: voel maar. Ik mag werkelijk de omlijning van haar gestalte voelen, maar ik voel die omlijning als iets geestelijks. Haar haren zijn dik en golvend tot op haar schouders. Het is of Zij even een mens is, maar toch weer niet. Ik zie nu dat haar hoofddoek van een soort linnen is, wit maar niet spierwit. Het is of Zij die doek naar achteren heeft teruggeslagen om haar gezicht te laten zien. De Vrouwe zegt: “Zo, prent dit goed in je geheugen. Ik sta op de aardbol en mijn twee voeten staan daar vast op gedrukt. Mijn handen zie je ook duidelijk en mijn gezicht, haren en hoofddoek. Dat andere is als in een waas.” Het is of ik om haar heen even een waas zie. “Kijk goed wat op de hoogte van mijn schouders aan weerskanten en boven mijn hoofd uitsteekt.” Met verbazing merk ik dat het een kruis is en ik zeg tegen de Vrouwe: “Dat is een kruis, ik zie de zijbalken en hoofdbalk uitsteken.” De Vrouwe glimlacht en zegt: “Zo, heb je goed gezien? Ik heb je mijn hoofd, handen en voeten laten zien als van de mens. Let goed, als van de Mensenzoon. Dat overige is de Geest.” Verspreiding van gebed en beeltenis “Gij zult deze beeltenis laten maken en dat gebed dat Ik voorgesproken heb, daarmede verspreiden. Dat is mijn wens voor vandaag en Ik wil dat dit gedaan wordt in vele talen. Dat is het antwoord voor uw leidsman. Kind, nogmaals dring Ik erop aan dat dit doorgevoerd wordt. Het is van groot belang dat gij, mensenkind, u niet door anderen daarvan laat afhouden. En gij zelf zult toch sterk zijn en doorzetten.” Nu vraag ik aan de Vrouwe: “Ik voel mij toch zo zwak daarin. Zullen zij het dan geloven?” Dan antwoordt de Vrouwe: “Ik vraag alleen van je dat je dit zal doen wat Ik je zeg. Meer wordt er niet verlangd. Alleen wens Ik dat dit zal gebeuren. Gij, mensenkind, kunt toch niet bepalen wat voor een grote waarde dit kan hebben. Zeg dat ook tegen je leidsman. Ik wil immers de Vrouwe van alle Volkeren zijn in deze tijd. En daarom verlang Ik dat dit gebed met beeltenis in alle meest voorkomende talen omgezet wordt en iedere dag gebeden. Vrees niets.” Uitleg van de beeltenis Nu blijft de Vrouwe even stil voor mij staan en ik zie haar heel duidelijk. Dan zegt Zij: “Nu zal Ik je uitleggen waarom Ik zo kom in deze vorm. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis. Met hoofd, handen en voeten als van een mens. Het lichaam echter als van de Geest, omdat door de wil van de Vader de Zoon gekomen is. Nu echter zal de Geest komen over de wereld en daarom wil Ik dat daarom gebeden wordt.” De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Ik sta op de aardbol omdat dit de hele wereld aangaat.” Dan is het of de Vrouwe met de hand een halve cirkel maakt en Zij zegt: “Kijk goed.” Nu zie ik van de ene zijbalk tot de andere een halve cirkel komen. Het is alsof die cirkel van een eigenaardig soort licht is en daarin zie ik zwarte drukletters komen: links ‘de Vrouwe’, midden boven ‘van alle’ en rechts ‘Volkeren’. Dan zegt de Vrouwe: “Waarom Ik je dat hier geef, daar heb Ik mijn speciale bedoeling mee, dat komt nog. Breng alles goed over. Dat is mijn boodschap voor vandaag. De geest der onwaarheid dringt zo ontzettend door, dat het nodig is om dit snel door te voeren. De gehele wereld is in verwording en daarom zendt de Zoon de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was.”

29ste Boodschap

28 maart 1951

Gehoorzaamheid aan de Zoon Ik zie een hel licht en hoor dan: “Daar ben Ik weer, de Vrouwe van alle Volkeren.” Dan zie ik de Vrouwe duidelijk voor mij staan. Zij zegt: “Ik kom je alleen deze volgende boodschap brengen. Zeg tegen je leidsman dat alles zo goed gaat. Alleen, de Zoon wil gehoorzaamd worden. Zijn wil moet doorgevoerd worden.” Het gebed nogmaals “Kijk nogmaals goed hoe Ik eruit zie.” Nu is het of de Vrouwe dichterbij komt staan en mij alles weer duidelijk laat zien. Dan zegt Zij: “Zo zal het verspreid moeten worden. Aan de tekst van het voorgesproken gebed mag niets veranderd worden.” Weer bidt de Vrouwe het gebed op dezelfde prachtige wijze en met die hemelse uitdrukking voor: “Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, zend nu Uw Geest over de aarde. Laat de Heilige Geest wonen in de harten van alle volkeren, opdat zij bewaard mogen blijven voor verwording, rampen en oorlog. Moge de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, onze Voorspreekster zijn. Amen.” Terwijl de Vrouwe het gebed voorspreekt, laat Zij het mij in drukletters lezen. Dan zie ik dat het woordje ‘nu’ van ‘zend nu Uw Geest’ en het woordje ‘alle’ van ‘de Vrouwe van alle Volkeren’ onderstreept zijn. Dan zegt de Vrouwe: “‘Die eens Maria was’, dat blijft zo.” Tijdperk van verval “Zeg verder tegen je leidsman, dat de voorzichtigheid goed is. Maar de Zoon zendt mij bij je om dit door te voeren wat zijn wil is. Wees niet bevreesd, kind. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis en zo wil Ik teruggebracht worden in de wereld. En gij, kind, bent het werktuig, alleen het werktuig. Ik heb je reeds eerder (34) laten zien: ‘51-53’. Weet gij, kind, wat voor een tijdperk dit is? Dit tijdperk heeft de wereld in de eeuwen nog niet doorgemaakt, zo’n verval van geloof; en daarom wil Ik dat dit doorgevoerd wordt, vlug en zonder vrees. Zeg dit je leidsman, dat in deze moderne tijd, in deze moderne wereld, die zo vlug en snel in het materiële weet te handelen, ook in het geestelijke snel, vlug en modern gehandeld moet worden.” Gevaar voor Rome Dan is het alsof ik ineens Rome voor mij zie. Ik hoor de Vrouwe zeggen, terwijl Zij afkeurend met de vinger heen en weer gaat: “Kent gij uw wetten?” Dan zegt de Vrouwe weer tegen mij: “Zeg vervolgens tegen uw leidsman geen angst te hebben. Hij zal mij begrijpen. Ik toch ben het die hem uitgezocht heb en jou om het over te brengen. Dit is vandaag mijn speciale boodschap opdat gehandeld wordt. Ik heb je reeds eerder gezegd: dat kruis moet weer in de wereld gebracht, in deze jaren 51 - 53. Gij weet niet wat in de toekomst verscholen ligt. Gij beseft niet het grote gevaar voor Rome. Rome denkt nog steeds dat het sterk staat, maar het weet niet hoe het ondermijnd wordt. Weet gij wel hoe vlug gehandeld moet worden? Weet gij wel dat theologie moet wijken voor de zaak van mijn Zoon?” Heb geen angst Daarna zegt de Vrouwe: “Ik ga weg van het kruis en zet mij daarnaast.” Nu gaat Zij opzij staan en het is alsof ik voor dat grote kruis geplaatst word. Weer krijg ik die ontzettende pijnen. Dat duurt een tijdje. Dan komt de Vrouwe weer voor het kruis staan en zegt vervolgens: “Gij zult toch doen wat Ik zeg, kind. Ik zal jou en de anderen bijstaan. Ik wil dat het verspreid wordt in vele talen. Daar zal Ik ze mee helpen. Wees toch niet zo angstig. Waarvoor angst te hebben voor de zaken van de Zoon? Verspreid dit toch. Anders gaat de wereld in verwording. Anders vernietigt de wereld zichzelf. Anders zullen steeds oorlogen komen en zal vernietiging blijven.” Valse profeten “Rome moet zijn taak kennen in deze tijd. Weet Rome wel welke vijand loert en als een slang tussen de wereld kruipt? En dan spreek Ik niet alleen over het communisme; er komen nog andere profeten, valse profeten. Daarom zullen toch die middelen gebruikt moeten worden. Ik sta als de Vrouwe voor het kruis, als de Moeder voor mijn Zoon, die door de Vader in mij gekomen is. En daarom sta Ik voor mijn Zoon, als de Voorspreekster en Brengster van deze boodschap in deze moderne wereld.”

30ste Boodschap

1 april 1951

Alle volkeren Ik zie een hel licht en hoor een stem die zegt: “Kind, de vorige maal kwam Ik alleen om te laten weten dat Ik het was.” En nu zie ik ineens uit dat helle licht de Vrouwe komen. Zij zegt tegen mij: “Nu sta Ik hier om je verder uitleg te geven. Kijk goed en luister goed wat Ik te zeggen heb. Ik sta hier en wil zijn: de Vrouwe van alle Volkeren, niet van een speciaal volk, maar van alle.” Daarbij spreidt de Vrouwe haar handen uit en zie ik heel veel verschillende mensen, zelfs soorten mensen waarvan ik niet eens wist dat zij bestonden. Het laatste mariale dogma De Vrouwe vervolgt: “Nu ga Ik je weer uitleggen, luister goed. Probeer te begrijpen wat deze boodschap inhoudt. Ik sta voor het kruis, met hoofd, handen en voeten als van de mens. Mijn lichaam als van de Geest. Waarom sta Ik zo? Mijn lichaam is opgenomen gelijk de Zoon. Nu sta Ik offerend voor het kruis. Ik immers heb met mijn Zoon geestelijk en vooral ook lichamelijk geleden. Dit zal een veel omstreden dogma worden.” Ik zeg dat ik angstig ben over deze boodschap. De Vrouwe zegt dan: “Kind, breng dit over en zeg: daarmee zijn de mariale dogma’s afgesloten.” Terwijl de Vrouwe dit zegt, maakt Zij een soort kring of cirkel, die Zij als het ware dichtsluit met een slot. “Gij hebt niets anders te doen dan dit over te brengen. Ik heb gezegd: theologie moet wijken voor de zaken van mijn Zoon. Daarmee wil Ik zeggen: theologen, de Zoon zoekt immer het kleine en eenvoudige voor zijn zaak. Gelooft gij aan dat kleine eenvoudige, zoals gij ook anderen voorhoudt? Eenvoudig geloven. Wij hebben geen tijd om lang te wachten. Deze tijd is onze tijd.” De Moeder van de Mensenzoon Nu blijft de Vrouwe zonder iets te zeggen lange tijd voor mij staan en kijkt mij glimlachend aan. Dan gaat Zij weg van het kruis en krijg ik weer die hevige pijnen. Eerst vreselijke krampen in spieren door heel het lichaam. Dan zakt dat weg en voel ik mij geestelijk zeer vreemd en vermoeid. Ineens zie ik de Vrouwe weer voor het kruis staan en houden die pijnen op. Ik zie de Vrouwe nu als in een waas. Haar lichaam is zo doorschijnend dat ik als het ware door haar lichaam heen het kruis nu duidelijk voor mij zie. Dan opeens beginnen die vreselijke pijnen opnieuw. Dat duurt even, dan is alles weer gewoon en de Vrouwe zegt tegen mij: “Kind, zoals Hij geleden heeft, zo heb Ik geleden als de Moeder van de Mensenzoon. Zeg dit goed na.” In de harten van alle volkeren Daarna wijst de Vrouwe mij op de aardbol waarop Zij staat en het is alsof het rondom haar sneeuwt. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Dat begrijpt gij niet? Kijk goed op de aardbol.” En nu zie ik de aardbol met een dikke laag sneeuw bedekt. Nu glimlacht de Vrouwe weer en zegt: “Kijk nu weer op de aardbol.” En het is alsof de zon erop schijnt, alsof de sneeuw smelt en langzaam in de grond verdwijnt. Dan zegt de Vrouwe: “Gij vraagt u af: wat moet dit betekenen? Nu krijg je de uitleg van mijn komst van vandaag. Zoals de sneeuwvlokken over de wereld heen dwarrelen en neervallen als een dikke laag op de bodem, zo zal het gebed met beeltenis zich verspreiden over de wereld en neervallen in de harten van alle volkeren.” Terwijl Zij dit zegt, zie ik al die volkeren voor mij staan. De Vrouwe wijst dan eerst op haar eigen hart, daarna op de harten van al die mensen en zegt: “Zoals de sneeuw zich oplost in de aarde, zo zal de vrucht, de Geest, komen in de harten van al de mensen die dit gebed elke dag zullen bidden. Immers, zij vragen dat de Heilige Geest zal komen over de wereld.” Begint en aanschouwt het wonder “En nu spreek Ik tot degenen die een wonder willen. Welaan dan, Ik zeg hun: ga met een groot vuur vol ijver beginnen aan dit verlossings- en vredeswerk en gij zult het wonder aanschouwen. Dit is mijn boodschap voor vandaag omdat de tijd dringt. Er moet een grote actie komen voor de Zoon en het Kruis en de Voorspreekster en Brengster van rust en vrede, de Vrouwe van alle Volkeren.” Het eenvoudige geloof “Gij, kind, zult moeten meewerken zonder angst en vrees. Geestelijk en lichamelijk zult gij lijden. Later zullen zij zien wat mijn bedoeling is geweest. Ik zal je aanwijzingen geven voor de verspreiding. Ik heb je vandaag hier gebracht in alle stilte en rust, opdat gij mijn boodschap goed zoudt kunnen overbrengen. Zeg dat dit haast heeft. De wereld is zo in verwording, zo materialistisch, dat het hoog tijd wordt om het eenvoudige geloof weer onder de mensen te brengen. En dat is alleen wat zij nodig hebben: het Kruis met de Mensenzoon. Gij, ouderen van deze wereld, leert uw kinderen toch terug te gaan tot het Kruis. Ik zal ze helpen als de Vrouwe van alle Volkeren.” Vertrouw toch “En gij, kind, Ik leg in uw schoot de mensenkinderen van heel de wereld. Zie mij aan en vertrouw toch.” Dan ziet de Vrouwe mij lange tijd aan en terwijl ik haar langzaam zie verdwijnen, zegt Zij: “Deze tijd is onze tijd.”

31ste Boodschap

15 april 1951

De lendendoek Ik zie weer dat grote helle licht. Heel langzaam komt de Vrouwe uit dat licht naar voren en dan staat Zij duidelijk voor mij. De Vrouwe zegt nog niets maar kijkt mij glimlachend aan. Dat duurt even en dan begint Zij te spreken. De Vrouwe zegt: “Kind, kijk nogmaals goed.” Nu wijst de Vrouwe op de gordel die Zij om haar middel heeft geslagen, daar moet ik goed naar kijken. De Vrouwe zegt: “Je hebt alles goed weergegeven. Je bent op de goede weg. Alleen, kijk nog eens goed naar deze doek.” Ik zie nu dat de Vrouwe de doek van haar middel neemt. Het is een heel lange doek en Zij laat mij zien hoe Zij die omslaat. Met de linkerhand houdt Zij een uiteinde vast en met haar rechterhand slaat Zij die doek tweemaal om haar middel tot Zij weer aan de linkerkant komt. Dan slaat Zij met haar linkerhand het uiteinde naar binnen, zodat er nog een klein stukje naar beneden komt te hangen. “Luister goed wat dit betekent”, zegt de Vrouwe. “Dit is als de lendendoek van de Zoon. Ik immers sta als de Vrouwe voor het kruis van de Zoon.” Een nieuw dogma “Deze beeltenis zal voorafgaan ...” Hier wacht de Vrouwe even en dan herhaalt Zij met veel nadruk: “zal voorafgaan - aan een dogma, een nieuw dogma. Nu leg Ik je het uit, luister goed. De Zoon kwam in deze wereld als de Verlosser van de mensen en het verlossingswerk was het kruis met al zijn lijden, geestelijk en lichamelijk.” Dan gaat de Vrouwe weg van het kruis en sta ik weer voor dat grote kruis. Ik krijg weer die ontzettende pijnen, in een heviger mate dan voorheen. Dat duurt lange tijd voor mij en dan komt de Vrouwe als in een waas voor het kruis staan. Ik zie haar ineenkrimpen en dan begint Zij te wenen. Zo’n onbeschrijfelijk leed staat er op haar gezicht en de tranen lopen over haar wangen. Dan zegt de Vrouwe: “Kind.” En nu is het of Zij dat leed over mij brengt. Ik krijg eerst een geestelijke matheid over mij, heel erg voel ik dat. En ik krijg dezelfde pijnen als voorheen, doch niet zo zwaar als de eerste maal. Ineens is het alsof ik in elkaar zak en ik zeg tegen de Vrouwe: “Ik kan niet meer.” Het duurt nog even en dan is alles over. De Medeverlosseres en Voorspreekster De Vrouwe staat nu weer duidelijk voor het kruis en zegt: “Luister goed, begrijp goed wat Ik nu uit ga leggen. Nogmaals zeg Ik: de Zoon kwam in de wereld als de Verlosser van de mensen; het verlossingswerk was het kruis. Hij was gezonden door de Vader. Nu echter wil de Vader en de Zoon de Vrouwe zenden door heel de wereld. Immers, Zij is de Zoon vroeger ook voorgegaan en gevolgd. Daarom sta Ik nu op de wereld, op de wereldbol. Het kruis staat daar vast op gedrukt, ingeplant. Nu komt de Vrouwe ervoor staan als de Moeder van de Zoon, die met Hem dit verlossingswerk heeft volbracht. Deze beeltenis spreekt duidelijke taal en zal nu reeds in de wereld gebracht worden omdat de wereld weer het kruis nodig heeft. De Vrouwe echter staat als de Medeverlosseres en Voorspreekster voor het kruis. Hierover zal veel strijd komen. De Kerk, Rome, echter zal niet angstig zijn om deze strijd op te nemen. Het kan alleen de Kerk krachtiger en sterker maken. Dit zeg Ik tegen de theologen. Verder zeg Ik hun: neemt deze zaak ernstig op. Nogmaals zeg Ik: de Zoon zoekt immer het kleine, eenvoudige voor zijn zaak. Kind, Ik hoop dat gij dit goed zult begrepen hebben en kunt weerleggen.” Snelle verspreiding van het gebed “Nu spreek Ik in het bijzonder tot jou, kind: zorg voor de snelle verspreiding.” Ik zeg tegen de Vrouwe: “Hoe ben ik daartoe in staat? Ik heb zo’n angst daarvoor.” Dan zegt de Vrouwe: “Hebt gij angst? Ik help toch! Gij zult merken, de verspreiding gaat als vanzelf. Gij zijt op de goede weg. Dit zal en moet gebeuren; de mensen die dit gebed aannemen, zullen de belofte maken dit iedere dag te bidden. Gij kunt niet bepalen de grote waarde die dit zal hebben. Gij weet niet wat de toekomst brengt.” De wereld in verwording En nu laat de Vrouwe mij de wereld zien en het is alsof over de hele aardbol slangen rondkruipen. Dan zegt Zij: “De mensen beseffen nog steeds niet hoe erg het is gesteld in de wereld. Omdat de mensen zo vervlakken, kunnen zij niet voelen hoeveel schade dat brengt aan het geloof.” Daarna kijkt de Vrouwe lange tijd voor zich heen alsof Zij heel in de verte tuurt. Dan zegt Zij: “Kind, het is dezelfde tijd als voordat de Zoon kwam. Daarom kan Ik niet genoeg aandringen dat de mensen, dat Rome, dat allen meehelpen te strijden voor de zaak van de Zoon. Ik weet wel, er is opleving hier en daar, maar lang niet dat wat het zijn moet om de wereld te kunnen redden. En de wereld moet gered worden van verwording, rampen en oorlog. Zend dit gebed met beeltenis naar die landen waar het geloof afgenomen is.” Vrede “En dan spreek Ik voor je leidsman. Zeg hem dat hij weet te handelen. Ik zal meehelpen en gij zult alleen doen wat Ik zeg. Ik immers wil de Vrouwe van alle Volkeren zijn, die mede de wereld wil helpen in deze tijd. Niemand weet waarheen. Welaan dan, ga terug tot het eenvoudige geloof en de wereld zal weer vrede krijgen.” Nu gaat de Vrouwe weg, heel langzaam en ik hoor haar weer zeggen: “Deze tijd is onze tijd.”

32ste Boodschap

29 april 1951

De Vrouwe van alle Volkeren Ik zie een hel licht, langzaam komt de Vrouwe daaruit naar voren. Nu zie ik haar duidelijk staan en Zij zegt: “Ik sta hier als de Vrouwe van alle Volkeren en kom juist nu om te laten zien dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Luister goed. Je ziet mij hier staan op de aarde, tegen het kruis van de Zoon. Je hebt niets vergeten over te brengen. Alleen de lendendoek was daar nog niet. Die heeft de Zoon gedragen, zeg dat.” Dogma van Medeverlosseres “Ik sta hier als de Medeverlosseres en Voorspreekster. Elke gedachte zal daarnaar uitgaan. Zeg mij dit na: het nieuwe dogma zal zijn het dogma der Medeverlosseres. ‘Mede’, daar druk Ik speciaal op. Ik heb gezegd: daar zal veel strijd om komen. Ik zeg je nogmaals: de Kerk, Rome, zal dit doorvoeren en bevechten. De Kerk, Rome, zal tegenstand krijgen en weerstaan. De Kerk, Rome, zal krachtiger en sterker worden, naarmate zij zal weerstaan aan de strijd. Mijn bedoeling en opdracht aan jou is niets anders dan de Kerk, de theologen, aan te zetten tot deze strijd. Immers, de Vader, de Zoon, de Geest wil de Vrouwe, die uitverkoren was om de Verlosser te brengen, als Medeverlosseres en Voorspreekster in deze wereld brengen.” Deze tijd is onze tijd “Ik heb gezegd: deze tijd is onze tijd. Daarmee bedoel Ik het volgende. De wereld is in verwording en vervlakking, weet niet welke kant heen. Daarom zendt de Vader mij om Voorspreekster te zijn dat de Heilige Geest zal komen. Immers, de wereld wordt niet gered met geweld, de wereld zal gered worden door de Geest. Immers, het is niets anders dan ideeën die de wereld regeren. Welaan dan, Kerk van Rome, ken uw taak. Breng uw ideeën, breng Christus weer opnieuw.” De Vrouwe onder het kruis Nu gaat de Vrouwe van het kruis weg en krijg ik weer die ontzettende pijnen, in hevige mate. Dat duurt een tijdje en dan zie ik de Vrouwe als in een waas voor het kruis staan. Eerst beginnen dan weer hevige geestelijke en lichamelijke pijnen op te komen. Ik voel mij zo uitgeput; het is alsof ik zal neervallen en ik zeg: “Ik kan niet meer.” Onderwijl zie ik de Vrouwe in elkaar zakken onder het kruis en Zij slaat de beide armen om de voeten van haar Zoon terwijl Zij bitter weent. Daarna zie ik haar opstaan. Van rechts zie ik dan een zwaard komen, waarvan de punt gericht is op het hart van de Vrouwe. Dan hoor ik haar zeggen: “Dat was de dolksteek die mij voorspeld was.” Het is reeds voorbestemd Dan valt alle pijn en geestelijke depressie weer van mij af en zie ik de Vrouwe weer duidelijk voor het kruis staan. Zij kijkt mij aan en zegt: “Kind, breng toch goed over dat zij die strijden en werken voor deze zaak, die de Zoon wil dat geschieden zal, dit toch met grote ijver en vuur volbrengen zullen.” Nu glimlacht de Vrouwe en zegt: “Ik zal ze helpen. Ik heb u gezegd, voorgezegd, dat eenvoudige gebed tot de Vader en de Zoon. Zorg daarvoor dat dat verspreid wordt in de wereld onder alle volkeren. Zij hebben allen het recht daarop. Ik geef u de verzekering dat de wereld veranderen zal. Gij echter, kind, zult eenvoudig doorgeven wat Ik zeg. Uw leidsman zal mijn wil doen, eenvoudig. Gij vraagt hoe dat moet? Gewoon verspreiden, anders wordt er nog niets gevraagd. Alleen zal dit voorafgaan, Ik zeg nog eens: voorafgaan. Deze beeltenis zal gebruikt worden als een voorafgaand werk van vrede, verlossing. Later zullen zij deze beeltenis gebruiken voor de Medeverlosseres ...” Nu wacht de Vrouwe even. Dan zegt Zij heel nadrukkelijk nogmaals: “Medeverlosseres. De pijnen, geestelijk en lichamelijk, heeft de Vrouwe, de Moeder, meegeleden. Voorafgegaan is Zij immer. Toen de Vader haar uitverkoren had, was Zij reeds de Medeverlosseres met de Verlosser, die in de wereld kwam als Mens-God. Zeg dat uw theologen. Ik weet wel, de strijd zal zwaar en groot zijn ...” en dan glimlacht de Vrouwe voor zich heen en het is alsof Zij in de verte tuurt, “maar het is reeds voorbestemd.” De ernst der tijden Dan zegt de Vrouwe tegen mij, terwijl Zij nog meer naar voren komt: “Gij ziet mij nu duidelijk staan, heel duidelijk. Zo zal de beeltenis komen over de wereld. Kind, dring toch aan dat deze dingen doorgevoerd worden. Nee, zij zullen niet aarzelen, zij zullen doen. De tijd is veel te ernstig. Niemand beseft hoe ernstig. Ik wil ook komen onder die volkeren, die van de Zoon afgehouden worden. Red toch de mensen die gedwongen worden daarvan af te zien. Gij zijt dat verplicht. De wereld is in verwording, zo erg dat het nodig was dat de Vader en de Zoon mij gestuurd hebben in deze wereld onder alle volkeren, om als Voorspreekster te komen en te verlossen. Zeg dit aan de theologen.” Dan zie ik de Vrouwe weggaan en ik hoor haar weer zeggen: “Deze tijd is onze tijd.”

33ste Boodschap (35)

31 mei 1951

(Maria Middelares aller Genaden) Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster Daar is de Vrouwe weer en Zij zegt: “Ik sta hier en kom je zeggen dat Ik wil zijn Maria, de Vrouwe van alle Volkeren. Kijk goed. Ik sta voor het kruis van de Verlosser. Mijn hoofd, handen en voeten als van de mens, als van de Mensenzoon; het lichaam als van de Geest. Mijn voeten heb Ik vast op de aardbol gezet, omdat de Vader en de Zoon mij in deze periode in deze wereld wil brengen als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Het nieuwe en laatste mariale dogma zal dit zijn. Deze beeltenis zal voorafgaan. Dit dogma zal veel omstreden worden doch doorgevoerd. Ik heb deze dingen herhaald om je nogmaals aan je leidsman en theologen dit duidelijk te laten maken en te weerleggen.” De kudde schapen “Let nu goed op en vertel wat Ik je laat zien. Dit is de laatste aanwijzing die Ik geef voor de beeltenis. Kijk goed. Ik sta op de aardbol. Rondom de aardbol dacht gij, kind, wolken te zien. Kijk nu echter goed wat Ik je laat zien.” Nu zie ik de wolken in levende schapen veranderen. Van links en van rechts rondom de aardbol komt als uit de diepte van weerskanten een kudde schapen. Ik zie hier en daar zwarte schapen ertussen. Lammeren leggen zich neer aan de voet van de aardbol. De schapen komen aangelopen, sommige grazend. Maar de meeste hebben de kop omhoog gericht, alsof ze strak kijken naar de Vrouwe met het kruis. Er zijn ook schapen die liggend met opgeheven kop naar de Vrouwe kijken. Het is een mooi en vredig gezicht. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Kind, prent deze voorstelling goed in je geheugen en geef het goed weer. Deze voorstelling van de kudde schapen betekent de volkeren van heel de wereld, die niet eerder rust zullen vinden dan als ze zich neerleggen en in rust opzien tot het kruis, het middelpunt dezer wereld.” De stralen van genade, verlossing en vrede “Kijk nu naar mijn handen en vertel wat gij ziet.” Nu is het alsof er in het midden van haar handen een wond geweest is en daaruit komen, uit elke hand, drie stralen, welke schijnen op de schapen. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Dit zijn drie stralen, de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. Door de Genade van mijn Heer en Meester zond de Vader, uit liefde voor de mensheid, zijn enige Zoon als Verlosser op de wereld. Zij beiden willen nu de Heilige, de ware Geest zenden, die alleen Vrede kan zijn. Dus: Genade, Verlossing, Vrede. De Vader en de Zoon willen Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster zenden in deze tijd. Hier heb Ik je een duidelijke en klare uitleg gegeven van deze beeltenis. Daarmede is deze beeltenis af.” (36) Belofte “Gij, kind, zijt het werktuig, alleen het werktuig om deze dingen over te brengen. Zorg dat het gebed, waarin kort en krachtig gevraagd wordt om de Heilige, ware Geest te zenden, toch zo vlug mogelijk verspreid wordt. Zeg tegen je leidsman en allen die daaraan meewerken, dat Ik de belofte geef dat Ik allen die voor de beeltenis zullen bidden en vragen aan Maria, de Vrouwe van alle Volkeren, de genade zal geven naar ziel of lichaam, naar gelang de Zoon wil.” Van land tot land, van stad tot stad “Gij zult dit niet in beperkte kring beschouwen. Ik immers ben de Vrouwe van alle Volkeren. Deze beeltenis zal gaan van land tot land, van stad tot stad. Dat is de bedoeling van het verlossingswerk. Nu spreek Ik tot je leidsman en de anderen die meewerken. Gij zult toch uw plicht kennen en niet aarzelen hetgeen Ik gezegd heb door te voeren. Nogmaals wil Ik zeggen: Ik geef de belofte aan allen die in geestelijke of lichamelijke nood verkeren, ze te helpen als ze mijn wil, des Vaders wil, doen.” De vrouwen en mannen dezer wereld Nu wacht de Vrouwe even en kijkt voor zich heen. Dan zegt Zij: “Theologen, gij zult geen moeite hebben als gij bedenkt dat de Heer en Meester de Vrouwe reeds voorbestemd had om te offeren. Immers, het zwaard was reeds op het hart van de Moeder gericht. Daarmee wil Ik zeggen dat Ik de Zoon immer ben voorgegaan in geestelijk en lichamelijk lijden. En nu spreek Ik tot de vrouwen van deze wereld. Vrouwen van deze wereld, weet gij wat het zeggen wil vrouw te zijn? Dat betekent offeren. Leg al uw zelfzucht en ijdelheid af en probeer alle kinderen en diegenen, die daar nog lopen te grazen, naar het middelpunt, het Kruis te brengen. Offer zelf mee. En dan spreek Ik tot de mannen dezer wereld. Ik zeg hun: mannen, van u uit moet de kracht komen en de wil om de wereld te brengen naar de enige Vorst dezer wereld, de Heer Jezus Christus.” Handel modern en vlug “Ik heb jou, kind, uitgelegd wat deze boodschap zal betekenen voor de wereld. Gij zult door je leidsman en anderen zorgen, dat dit aan de wereld bekend wordt. Dat is mijn wens voor vandaag. Ik immers wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Handel modern en vlug.” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg, terwijl Zij nog zegt: “Deze tijd is onze tijd.”

34ste Boodschap

2 juli 1951

(Maria Visitatie) (37) Een grote actie voor God Ik zie de Vrouwe weer in een hel licht staan. Zij glimlacht en zegt, terwijl Zij om zich heen kijkt: “Ik ben tevreden. Zorg voor de verspreiding. Ik heb gezegd: van hieruit zal een grote actie voor God komen en daaraan zullen allen meewerken.” Uitleg voor het nieuwe dogma “Kijk nu goed en luister. Het volgende is een uitleg voor het nieuwe dogma. Als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster sta Ik op de aardbol, voor het kruis van de Verlosser. Door de wil van de Vader kwam de Verlosser op de wereld. De Vader gebruikte daarvoor de Vrouwe. De Verlosser kreeg dus van de Vrouwe alleen - nu druk Ik op het woord ‘alleen’ - het vlees en bloed, dus het lichaam. Van mijn Heer en Meester ontving de Verlosser zijn Godheid. De Vrouwe is aldus de Medeverlosseres geworden. Ik heb gezegd: deze tijd is onze tijd. Dit betekent dat de Vader en de Zoon de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster in deze tijd wil zenden over heel de wereld.” Godsliefde, Naastenliefde Dan blijft de Vrouwe lange tijd zonder iets te zeggen voor mij staan. Daarna zegt Zij, terwijl Zij naar haar handen kijkt: “Kijk nu goed naar mijn handen. Daaruit komen de stralen van Genade, Verlossing en Vrede. De stralen schijnen op al de volkeren, op alle schapen. Onder deze mensen zijn er velen van goede wil. Van goede wil zijn, wil zeggen: het eerste en voornaamste gebod onderhouden. Het eerste en voornaamste gebod is Liefde. Wie liefde bezit, zal zijn Heer en Schepper vereren in zijn schepping. Wie liefde bezit, zal niets oneerbaars doen tegenover de naasten. Dat is hetgeen in deze wereld ontbreekt: Godsliefde, Naastenliefde.” Die eens Maria was “Deze tijd is onze tijd. Alle volkeren moeten de Heer en Meester vereren in zijn schepping. Alle volkeren zullen bidden om de ware en Heilige Geest. Daarom heb Ik dit gebed kort en krachtig gegeven. Dus nogmaals zeg Ik: dit gebed zal snel gebracht worden. De hele wereld gaat in verwording. De mensen van goede wil vragen toch elke dag dat de ware Geest mag komen. Ik ben de Vrouwe van alle Volkeren. Deze tijd is onze tijd. ‘Die eens Maria was’ betekent: vele mensen hebben Maria als Maria gekend. Nu echter wil Ik, in deze nieuwe periode die aankomt, de Vrouwe van alle Volkeren zijn. Dat verstaat iedereen. Zeg dit je leidsman. Zeg hem dat Ik tevreden ben over alles en dan druk Ik op het woord ‘alles’. En tot jou, kind, zeg Ik te doen en over te brengen wat Ik wil. Geen angst hebben, doorgeven!” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg.

35ste Boodschap

15 augustus 1951

(Maria Tenhemelopneming) Het dogma van Maria Tenhemelopneming Ik zie de Vrouwe. Zij zegt: “Ik kom vandaag als de Vrouwe van alle Volkeren.” Dan wijst de Vrouwe om zich heen. Zij kijkt mij aan en zegt: “Ik heb met mijn voet de slang verpletterd. Ik ben verenigd geworden met de Zoon, zoals Ik altijd verenigd was met Hem. Dit, het dogma, (38) is voorafgegaan in de kerkgeschiedenis. Als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster sta Ik nu in deze tijd, in onze tijd. Het dogma der Opneming moest voorafgaan. Het laatste en grootste dogma komt hierna. Het offer staat en zal staan midden in de wereld, in deze tijd.” Aan de Moeder toevertrouwd Nu gaat de Vrouwe voor het kruis weg en krijg ik weer hevige pijnen. Daarna komt de Vrouwe weer voor het kruis staan en krijg ik een groot verdriet bij het zien van haar lijden. Ik zie een hel licht komen vanaf het kruis. De Vrouwe zegt: “De mensen zijn aan de Moeder toevertrouwd. De Zoon zei immers: ‘Vrouw, zie daar uw zoon; zoon, zie daar uw Moeder’, dus Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Zeg dit uw theologen. Zeg dat Ik wil zijn en zal zijn de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster.” Het laatste mariale dogma “Deze beeltenis zal voorafgaan, deze beeltenis zal verspreid worden. Zeg dit aan je leidsman. Ik ben tevreden over alles, ook over de voorzichtigheid. Maar ... de Vrouwe van alle Volkeren zal zich in de wereld plaatsen. Dit is de wil van de Vader en de Zoon, waarmede Ik weer geheel ben verenigd. Zoals de Zoon mij gekend heeft, zo heeft Hij mij weer teruggenomen. Het laatste mariale dogma zal het voornaamste zijn: als Medeverlosseres voor het kruis te staan in deze tijd.” Aarzel niet “Ik heb gezegd: rampen zullen komen, natuurrampen. Ik heb gezegd: de groten zullen het niet eens zijn. Ik heb gezegd: de wereld gaat in verwording. Daarom zendt nu de Vader en de Zoon de Vrouwe terug over de wereld zoals Zij was. De Vrouwe was eens bekend als Maria. De wereld gaat in verwording, is in verwording. Nederland staat op de rand van de verwording, daarom heb Ik mijn voet daarop gezet. Vanuit Nederland wil Ik mijn woorden geven over de wereld. Mijn andere voet staat op Duitsland. Die Mutter Gottes weint über die Kinder Deutschlands. Zij zijn altijd mijn kinderen geweest en daarom wil Ik ook vanuit Duitsland in de wereld gebracht worden als de Vrouwe van alle Volkeren. Ik zal je helpen en allen die de zorg daarvoor hebben. Ik wil zelfs dat de verspreiding zal doordringen in die landen, die afgesloten zijn van de anderen. Daar zal de Vrouwe van alle Volkeren ook haar zegen geven. Zorg daarvoor, aarzel niet. Ik immers heb ook nooit geaarzeld. Ik ben de Zoon voorgegaan naar het kruis. Deze beeltenis zal voorafgaan. Deze beeltenis zal gebracht worden in de wereld. Weet gij wel, Rome, hoe alles ondermijnd wordt? Jaren zullen vervliegen, jaren zullen daar overheen gaan. Maar hoe meer jaren, hoe minder geloof; hoe meer jaren, hoe meer afval. De Vrouwe van alle Volkeren staat hier en zegt: Ik wil ze helpen en mag ze helpen.” De Liefde “Het eerste en voornaamste gebod voor de mensen is de Liefde. Wie liefde bezit, zal zijn Heer en Meester vereren in Zijn schepping, dat wil zeggen het grote zien van Zijn schepping, het offer daarbij inbegrepen. Wie liefde bezit, zal tegenover andere mensen alles doen, wat hij zichzelf graag wenst aangedaan. De Liefde is het eerste en voornaamste gebod dat Christus gegeven heeft. Dit wil Ik vandaag brengen. Deze boodschap zal doorgegeven worden. Gij zijt het werktuig.” Naar het goede, naar Christus “De Kerk zal veel strijd krijgen om het nieuwe dogma. Het zal verwondering wekken bij anderen. Het zal de Kerk alleen krachtiger en sterker maken. Weet gij, Rome, hoe groot uw macht is? Beseft gij wel, wat gij in handen hebt? Eenvoudig de mensen brengen naar het goede, naar Christus. Andere kleinigheden komen er niet op aan. Ik wil de Vrouwe van alle Volkeren zijn. Ik zal en mag allen die mij vragen Genade, Verlossing en Vrede uitdelen. Ik beloof dat vandaag.” Eén in Christus “Gij, kind, zult rustig afwachten. Je leidsman zal niet zo angstig zijn. Breng alle volkeren in één gedachte bij elkaar. Laten alle volkeren één zijn in Jezus Christus.” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg.

36ste Boodschap

20 september 1951

Geestelijke ondermijning Daar staat de Vrouwe weer. Zij kijkt mij lange tijd aan zonder iets te zeggen. Dan begint Zij te spreken en zegt: “Ik ben genoemd Miriam ofwel Maria. De Vrouwe van alle Volkeren wil Ik nu zijn. Kind, zeg toch dat de tijd dringt.” Nu zie ik ‘52’ staan. De Vrouwe zegt: “Er zijn grote, ernstige zaken op komst, geestelijke, economische en materiële; geestelijke zaken, geestelijke ondermijning.” Breed en ruim “De christenmensen zullen zich over heel de wereld aaneenscharen. Weten de christenmensen wel wat anderen doen en offeren voor hun idealen? De Kerk zal en moet zich bereid houden voor grote gevaren. De christenmensen zullen en moeten inkeren tot zichzelf. Laten ze toch bedenken wat hun deel is in deze wereld. Ik waarschuw nogmaals Rome en dan zeg Ik tegen de Heilige Vader: Gij zijt de vechter in deze tijd. Zorg toch dat uw onder-danen breed en ruim zijn in hun werk en oordeel. Daarmee alleen kan deze wereld gewonnen worden voor het geloof.” Het gebed om de ware Geest Nu zie ik ineens rondom de Vrouwe sneeuwvlokken komen en deze vallen op de aardbol. De Vrouwe zegt: “Kind, waarom wordt dat gebed niet verspreid? Waarom zo lang gewacht? Ik heb het u voorgezegd, opdat het in de wereld onder de mensen gebracht zal worden. Laten de mensen toch dit kleine, eenvoudige gebed iedere dag bidden. Dit gebed is klein en eenvoudig gegeven, zodat iedereen het in deze moderne, vlugge wereld kan bidden. Het is daarom gegeven om de ware Geest over de wereld af te smeken.” Christenvolken, sluit u aaneen Nu kijkt de Vrouwe om zich heen en dan naar de aardbol. Dan zie ik hier en daar op de aardbol diepe, zwarte vlekken komen. De Vrouwe zegt tegen mij: “Dit zijn de economische en materiële zaken die over de wereld zullen komen. Ik heb gezegd: er zullen rampen komen, er zullen natuurrampen komen. Ik zeg u nu: al die zwarte vlekken die gij nu ziet, zijn de rampen die nog komen zullen. En nu spreek Ik niet alleen over natuurrampen. Nogmaals roep Ik tot alle christenvolken: het is de hoogste tijd, sluit u aaneen. En gij, kind, zult dit overbrengen. Gij zult de wereld zeggen dat het de Vrouwe van alle Volkeren is die u dit zegt.” Strijd over het mariale dogma Ik zie nu een grote kamer waarin allerlei geestelijken bijeen zijn. Zij zijn vreselijk met elkaar aan het redeneren. Het lijkt zelfs of ze elkaar af en toe in de haren vliegen. De Vrouwe wijst daarnaar en zegt: “Gij zult tegen de theologen zeggen hun strijd over het mariale dogma Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster door te zetten.” Dan houdt Zij haar hand boven de hoofden van verschillende geestelijken en zegt: “Ik zal ze helpen.” De Vrouwe van alle Volkeren en de eenheid “De Vrouwe van alle Volkeren zal komen over heel de wereld. En in die landen die mij verworpen hebben, kom Ik terug als de Vrouwe van alle Volkeren, staande op de aardbol, voor het kruis; rondom de kudde van Christus. Zo wil en zal Ik komen. Ik zal diegenen die mij vragen in deze vorm, als de Vrouwe van alle Volkeren, verhoren zoals de Zoon wil. De Heer en Meester zal gediend worden en vereerd in zijn schepping. De mensen zullen het eerste en voornaamste gebod onder elkaar onderhouden. Ik wil de Vrouwe van alle Volkeren genoemd worden in deze tijd. Omdat de wereld snakt naar eenheid van alles wat de wereld aangaat, wil de Heer en Meester de volkeren van deze wereld geestelijke eenheid brengen. Daarom zendt Hij Miriam ofwel Maria als de Vrouwe van alle Volkeren.” De Heilige Vader “De kloosters zullen zorgen voor de verspreiding. De Heilige Vader zal zijn zegen geven over dit werk. Hij immers is de vechter in deze tijd. Hij zal opgenomen worden bij de Onzen.” Nu zie ik de paus (39) in een onnoemelijk licht staan en naast hem de Vrouwe van alle Volkeren. De Vrouwe houdt een kroon in haar hand en zet die op het hoofd van de paus. Daarna geeft Zij hem een kruis in de rechterhand. Dan verdwijnt dit beeld voor mijn ogen. De Vrouwe staat dan weer alleen voor mij en zegt: “Kind, gij zult dit alles goed overbrengen en zeggen tegen je leidsman: het zij zo.” Dan verdwijnt de Vrouwe langzaam.

37ste Boodschap

15 november 1951

Medeverlosseres door de wil van de Vader Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt: “Zeg aan de wereld dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren. Laat de wereld bidden tot de Heer Jezus Christus, Zoon van de Vader, dat Hij de Heilige Geest zende, opdat de ware Geest zal wonen in de harten van alle volkeren. Vraag dat de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, de Voorspreekster moge zijn. De Vrouwe van alle Volkeren staat hier voor het kruis van haar Zoon. Haar voeten staan midden op de wereld; rondom de kudde van Jezus Christus. Ik kom als de Medeverlosseres, Middelares in deze tijd. Medeverlosseres was Ik reeds bij de Boodschap.” Nu vraag ik aan de Vrouwe wat dit betekent. Zij antwoordt: “Dit betekent: de Moeder werd Medeverlosseres gemaakt door de wil van de Vader. Zeg dit uw theologen. Zeg verder dat dit het laatste dogma zal zijn in de mariale geschiedenis.” De beeltenis zal voorafgaan “Deze beeltenis zal voorafgaan, nogmaals: zal voorafgaan. Breng deze beeltenis in de wereld. En nu spreek Ik niet alleen voor je eigen land, maar over heel de wereld. Deze wereld is in verwording. De wereld krijgt ramp op ramp. De wereld gaat en is economisch en materialistisch stuk. Oorlogen zullen blijven zolang er geen hulp komt van de ware Geest. Breng de mensen terug tot het kruis.” Eén gebod: Liefde Dan wijst de Vrouwe op de aardbol. Ik krijg vreselijke angsten en nu zie ik de aardbol zwart worden. Als ik goed kijk, is het niet overal even zwart, vooral in het oosten is het heel erg. De Vrouwe zegt: “Kind, breng het volgende goed over. De volkeren van deze wereld zullen één gebod voor ogen houden en dat is de Liefde. Wie liefde bezit zal zijn Heer en Meester dienen in de schepping. Eén gebod voor ogen houden: Liefde. Als dat weer onder de mensen gebracht wordt, zal de wereld gered worden.” Dan gaat de Vrouwe met de vinger heen en weer en zegt: “De heidenen dezer wereld willen het u voordoen, christenen. Christenmensen, weet uw plicht. En nu spreek Ik tot de Kerk van Rome en dan zeg Ik tegen de paus: zorg dat uw onderdanen de liefde van de Zoon Jezus Christus weten te brengen in deze wereld, verworden wereld. Dit gebod moet de Kerk van Rome tot in het uiterste doorvoeren en dan zeg Ik: wees ruim. Probeer u te zetten in deze moderne wereld met Jezus Christus aan het kruis. Probeer deze woorden goed te begrijpen en uit te voeren. Deze wereld kan alleen gered worden door de Kerk die deze leerstelling houdt.” Engeland. Amerika Dan zie ik Engeland voor mij liggen. De Vrouwe zegt: “Ik spreek nu tot Engeland als Ik zeg: Ik kom terug.” Dit laatste zegt de Vrouwe heel krachtig, alsof Zij zeggen wil: niemand houdt mij tegen. En het is alsof Zij werkelijk op Engeland stapt. “Gij, Engeland, zult getroffen worden in uw dominions.” Ik zie verschillende landen liggen; er is opschudding onder de, veelal zwarte, mensen. “Gij, Engeland, zult niet verder kunnen dan alleen door de steun van anderen. Katholieken van Engeland, kent uw taak en werkt voor de Kerk van Rome. Brengt de Vrouwe van alle Volkeren in Engeland.” Dan wijst de Vrouwe op Amerika en zegt vertoornd: “Amerika, waar blijft gij? Durft gij door te zetten? Dit vraagt de Vrouwe van alle Volkeren aan u.” Duitsland Daarna zie ik Duitsland voor mij liggen. De Vrouwe zegt: “Kijk waar Ik mijn ene voet op heb gezet, dit is op Duitsland en de andere op Nederland. En dan zeg Ik: arm volk van Duitsland, hebt gij nog niet genoeg geleerd? Laat u niet misleiden door mooie woorden. Christenmensen van Duitsland, keert terug tot het kruis en bidt tot de Vrouwe van alle Volkeren dat Zij Duitsland zal helpen.” De Vrouwe kijkt nu voor zich uit alsof Zij heel diep de wereld in staart. Dan zegt Zij: “Dit moet een grote actie worden.” Nederland Nu zie ik Nederland. Terwijl de Vrouwe waarschuwend met de vinger heen en weer gaat, zegt Zij: “En nu spreek Ik tot je eigen land en zeg Ik: Nederland, pas op! Ook uw volk, Nederland, gaat de verkeerde weg op.” Het is dan of ik allerlei dwarswegen en kronkelwegen zie lopen. De mensen die erop gaan, zie ik er weer vanaf rollen. Frankrijk Nu zie ik dat de Vrouwe wijst op Frankrijk en Zij zegt: “Frankrijk, gij zult en bent vernietigd geworden in uw geloof.” Dan zie ik een rode gloed over Frankrijk gaan. De Vrouwe zegt verder: “Frankrijk, gij zult - en nu spreek Ik tot de groten – uw land redden, alleen redden door het volk terug te brengen naar het kruis en votre Dame. Uw volk moet teruggebracht worden tot de Vrouwe van alle Volkeren.” Italië. De paus Daarna zie ik Italië. Met haar vinger waarschuwend opgeheven zegt de Vrouwe: “Italië, gij hebt uw kruisen gehad. Blijf paraat! Rome, denk om uw arm volk. En nu spreek Ik nogmaals tot de paus en zeg: gij zijt de vechter, gij zijt de redder voor deze wereld. Gij zult opgenomen worden bij de Onzen. Deze paus zal vereerd worden door de volkeren van heel de wereld. Nu spreek Ik tot heel de wereld als Ik zeg: volkeren, wie of wat gij ook zijt, gaat tot uw Schepper met al uw noden. Leert Hem te vinden, waar gij ook zijt. Vraagt aan de Vrouwe van alle Volkeren dat Zij uw Voorspreekster zij.” De zieneres en het schilderij Nu zegt de Vrouwe terwijl Zij mij glimlachend aankijkt: “Kind, zeg dat Ik tevreden ben over het begin van de actie. Zeg aan allen die meewerken, dat zij nog meer, steeds meer het gebed met beeltenis verder de wereld in brengen. Ik zal ze helpen.” Nu zie ik het schilderij van de Vrouwe van alle Volkeren voor mij. (40) De Vrouwe zegt: “En nu spreek Ik tot jou, kind, in het bijzonder. Gij zult steeds voor deze beeltenis - en nu zeg Ik déze – komen vragen voor al de mensen die in nood zijn, lichamelijk en geestelijk. Dit zult gij blijven doen tot het einde daar is. Met deze beeltenis heb Ik mijn speciale bedoeling en daarover zult gij later horen. Zeg tegen je leidsman: het zij zo.” En dan zie ik de Vrouwe langzaam weggaan.

38ste Boodschap

31 december 1951

De leer is goed Daar staat de Vrouwe weer. Zij kijkt mij glimlachend aan en blijft zo lange tijd staan. Dan begint de Vrouwe te spreken en Zij zegt: “Kind, kijk goed en luister wat Ik je vandaag kom zeggen. Ik breng geen nieuwe leer. De leer is goed, doch de wetten kunnen veranderd worden.” Nu wijst de Vrouwe op de aardbol; ineens zie ik Rome voor mij liggen en ik zie een paus. (41) Dan zegt de Vrouwe: “Zeg tegen de paus dat hij op de goede weg is. Dit moet je mededelen omdat er anders gedacht wordt. De Geest der rechtvaardigheid en waarheid zal immer regeren over de wereld. Nogmaals zeg Ik: deze paus is op de goede weg. Nogmaals zeg Ik: deze tijd is onze tijd. Ik geef je nu een uitleg van mijn komst. Nogmaals zeg Ik: Ik kom geen nieuwe leer brengen, de leer is er reeds. Ik kom een andere boodschap brengen. Breng deze goed over.” Reeds bij de aanvang Medeverlosseres Nu laat de Vrouwe mij weer heel duidelijk haar beeltenis zien. Het is alsof Zij naar voren komt en dan zegt Zij: “Breng het volgende goed over. De Vader, de Heer en Meester, heeft de Dienstmaagd des Heren gebracht in de wereld als Miriam of Maria. Zij werd uitgezocht onder alle vrouwen als Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. Zeg tegen uw theologen: Medeverlosseres werd Zij gemaakt reeds bij de aanvang.” De tijd dringt “Deze tijd is onze tijd. Nu wil de Vader en de Zoon gevraagd worden opdat Zij de Geest zullen zenden. Ik heb je het eenvoudige gebed voorgezegd en laten zien hoe Ik dit over heel de wereld verspreid wil hebben. Welaan dan, ga door met de verspreiding. Dit eenvoudige gebed is gegeven voor alle volkeren. Doe uw werk en zorg voor de verspreiding.” Ik zeg dan tegen de Vrouwe: “Ik word toch tegengehouden.” De Vrouwe kijkt mij glimlachend aan en zegt: “Gij zult doen wat Ik zeg. Ga naar uw bisschop en zeg dat Ik wil zijn de Vrouwe van alle Volkeren, die gezonden wordt door de Vader in deze tijd. Nogmaals zeg Ik: de Kerk van Rome zal niets doen wat in strijd is met de leer. Welaan dan, deze actie is niet in strijd met de leer. De tijd dringt, weet dat wel. Alle volkeren zuchten onder het juk van de satan. Hoe erg dit doordringt, weet niemand. Ik waarschuw de volkeren dezer wereld. De tijd is ernstig en dringt. De Kerk van Rome heeft nu de kans. Zij zal sterker worden naarmate de strijd erger wordt.” Het laatste dogma in de mariale geschiedenis “De Vrouwe van alle Volkeren staat midden op de wereld voor het kruis. Zij komt onder deze naam als de Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster, in deze tijd. In de mariale geschiedenis zal Zij onder deze titel worden opgenomen. Het nieuwe en laatste dogma in de mariale geschiedenis zal zijn het dogma van de Medeverlosseres en Middelares. Als Voorspreekster sta Ik nu in deze bange tijd. Vraagt allen, wie of wat gij ook zijt, dat de ware, Heilige Geest mag komen. Dit zult gij vragen aan de Vader en de Zoon. De goddelijke Drieëenheid zal weer regeren over de wereld. De Vrouwe staat hier als de Voorspreekster. Het gaat hier om de Schepper, niet om de Vrouwe. Zeg dit uw theologen. Vraag of zij dit eenvoudige gebed willen zenden over de wereld en de Vrouwe zal de kracht en sterkte geven om dit door te voeren.” Eenvoudiger leer bestaat niet Nu wijst de Vrouwe op de aardbol en zegt: “Ik laat je zien wat er zal gebeuren. Door vreselijke strijd en onheil zal de wereld, zij die zich hebben afgewend van de Drieëenheid, terugkomen tot de Kerk. Daarom zeg Ik nogmaals: Rome, grijp uw kans. Wees ruim en handel alleen met liefde. Liefde kan deze ontredderde wereld redden. Breng alle volkeren terug naar hun Schepper. Leer ze hoe eenvoudig het is de Schepper te zien. De mensen zullen hun naasten behandelen als zichzelf. Eenvoudiger leer bestaat niet. Deze twee dingen houdt een ieder vast en gij hebt de Kerk van Rome in uw handen. Eenvoudig geloven, dat kan de mensen redding brengen.” Rusland, China, Amerika, Europa “In Rusland zal een grote ommekeer komen.” Nu wacht de Vrouwe even en dan zegt Zij heel duidelijk en langzaam: “Na veel strijd.” “China zal zich wenden tot de Moederkerk.” Weer wacht de Vrouwe, dan zegt Zij heel langzaam: “Na veel strijd.” “Amerika, denk om uw geloof. Breng geen verkeerde geest en verwarring onder uw mensen en daarbuiten. De Vrouwe van alle Volkeren waarschuwt Amerika te blijven wat het was. Europa, gij zult vrede zoeken onder elkander. Help diegenen die in nood zijn, in geestelijke nood. Maak u gereed voor de strijd, de geestelijke strijd. De Vrouwe van alle Volkeren wil gebracht worden onder allen, wie of wat zij zijn. Daarom heeft Zij deze titel gekregen van haar Heer en Meester.” Heb geen vrees “Gij, kind, zult geen angst hebben om deze boodschap door te geven. Ik zal je helpen en al diegenen die daaraan meewerken. Zeg je leidsman uit naam van de Vrouwe van alle Volkeren, dat hij meewerke voor de verspreiding. Zeg je leidsman geen vrees te hebben, doch te doen wat gezegd wordt. Hij zal vragen dat hij dit doen moge, eenvoudig deze beeltenis met gebed brengen in de wereld.” De belofte van het gebed “De Vrouwe van alle Volkeren belooft hierbij dat zij die vragen, verhoord zullen worden, zo de Vader, de Zoon en de Heilige Geest het wil. Dit gebed is gegeven voor de verlossing van de wereld. Dit gebed is gegeven voor de bekering van de wereld. Bidt dit gebed bij alles wat gij doet. In de kerken en door moderne middelen zal dit gebed verspreid worden. De mensen dezer wereld zullen leren de Vrouwe van alle Volkeren, die eens Maria was, te vragen als Voorspreekster, opdat de wereld bevrijd zal worden van verwording, rampen en oorlog. Zeg dit uw theologen. Deze tijd is onze tijd. Kom voor deze beeltenis en vraag.” En nu gaat de Vrouwe langzaam weg. 27.  In de volgende, de 27e boodschap komt de Vrouwe op deze droom terug. 28.  Op 6-1-1953 en 19-3-1957 zal paus Pius XII decreten publiceren, waarin de voorschriften over het nuchter blijven voor het communiceren,       sterk worden verzacht. Door paus Johannes XXIII worden de voorschriften verder verzacht. 29.  De zieneres ontving deze boodschap in Duitsland. 30.  Toen de zieneres later televisie-opnamen zag van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), herkende zij de beelden die zij hier beschrijft. 31.  Pater Frehe, de leidsman van de zieneres, behoorde tot de orde der Dominicanen. Enkele van zijn medebroeders hadden zijn gebed gevraagd       voor een seminarie van de Dominicanen in Afrika. 32.  In de 23ste Boodschap. 33.  Dit is de eerste maal dat de Vrouwe verschijnt op 31 mei, in sommige kerkprovincies toen het feest van Maria Middelares aller Genaden.       Zie ook de eerste voetnoot bij de eenenvijftigste boodschap. 34.  Toen deze laatste aanwijzingen voor de beeltenis van de Vrouwe van alle Volkeren werden gegeven, was er al een begin gemaakt met       het schilderij. De reeds geschilderde wolken moesten nu in schapen veranderd worden. Het was uiteraard een bijzonder moeilijke opdracht om       de Vrouwe in een afbeelding vast te leggen. In de volgende boodschap laat de Vrouwe weten dat Zij tevreden is. Zie ook appendix II. 35.  Per decreet van 21 maart 1969 is dit feest verplaatst naar 31 mei. Zie ook de voetnoot bij de eenenvijftigste boodschap. 36.  De Vrouwe doelt hier op het dogma van Maria Tenhemelopneming, dat op 1 november 1950 door paus Pius XII werd afgekondigd. 37.  De zieneres ziet hier paus Pius XII. 38.  Het schilderij van de Vrouwe van alle Volkeren was af. Het bevond zich nog in Duitsland, waar het ook vervaardigd was. Zie ook appendix II. 39.  In het commentaar van 1966 heeft de zieneres verklaard niet te weten wie deze paus was. 40.  Het gebed werd aanvankelijk verspreid zonder de woorden ‘die eens Maria was’, omdat de bisschop daartegen bezwaar maakte. De Vrouwe       laat hier uitdrukkelijk weten dat Zij deze woorden gehandhaafd wil zien. Dit werd overgebracht aan de bisschop, waarna de weggelaten woorden       weer in het gebed werden opgenomen. 41.  In het commentaar van 1966 heeft de zieneres verklaard niet te weten wie deze paus was.

< VORIGE

VOLGENDE >

de Vrouwevan Alle Volkeren