“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juni 2018

De Boodschappen

Jaartal 1950

21ste Boodschap

14 februari 1950

De jongeren Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt tegen mij: “Mijn kind, Ik kom hier om je te vertellen wat Ik voor een boodschap heb. Er moet gewerkt worden en heel hard ook.” Dan maakt de Vrouwe met de handen een beweging alsof Zij verschillende personen wenkt. Ik zie vervolgens allemaal jonge mensen, meisjes en jongemannen. Plotseling verdwijnt dat beeld en nu zie ik weer de Vrouwe. Het is alsof Zij die jonge mensen wenkt om voor haar te komen staan. Zij zegt: “Ik zie ze nog niet, de legers van jongemannen en meisjes. Waarom wordt er niet aan begonnen en wordt het nagelaten?” En het is alsof Zij rondkijkt waar ze blijven. Dan zegt Zij: “Daarom kom Ik hier om erop te wijzen. Dit is ook voor Duitsland bestemd.” Het eenvoudige kruis Dan gaat de Vrouwe verder: “Er is een grote stroming in de wereld naar het goede. En daarom is juist de andere geest aan het werk. Die geest is bezig de wereld te beïnvloeden en te bederven. De mensen in zich zijn niet slecht, maar zwak.” Dan heeft de Vrouwe weer een kruis in de hand. Het is alsof Zij het op een soort verhoging zet en Zij zegt: “Ziet gij dat kruis? Daar zal de mensheid naar terug moeten gebracht worden. Ik vraag ze dringend: laten ze in de moderne wereld met zijn moderne techniek dat eenvoudige kruis toch niet vergeten.” Met moderne middelen werken Daarna zie ik de paus voor mij en rondom hem het hele Vaticaan. Het is alsof de Vrouwe ineens boven dat alles staat. En dan zie ik dikke druppels vallen op het Vaticaan; die druppels komen vanaf de Vrouwe. Waarschuwend zegt Zij: “Deze Kerk heeft nu nog de kans, maar meer zeg Ik daarover niet. Ik sprak daar over de moderne wereld. Waarom zoekt Rome niet nog meer moderne middelen en werken zij niet nog meer in de moderne geest? Laten zij toch die middelen aangrijpen om die geest van de wereld te winnen. Anderen zorgen wel voor het lichaam. De Kerk moet de geest bewerken. Zij hebben nu juist zo’n grote kans, daar de mensheid zoekende is. Het is niet meer tegen de naties, maar tegen de geest.” Amerika en Rusland. Japan. Indië Dan vervolgt de Vrouwe: “Daar zal een grote strijd komen: Amerika en Rusland; dat komt naderbij.” Ik krijg ontzettende pijn in mijn handen. Dan zegt de Vrouwe: “Japan zal zich bekeren.” Ik weet niet wat dit betekenen moet. Daarna voel ik een vreselijke pijn over Indië komen; de Vrouwe laat mij die in de hand voelen. Nu nog is de kans Dan zegt de Vrouwe: “Als Rome goed wil werken dan zal er van alle kanten meer drang komen.” En dan zie ik het Vaticaan. De Vrouwe staat als het ware weer daarboven en maakt met de handen een beweging alsof Zij rondom het Vaticaan verschillende kerken plaatst. De Vrouwe zegt dan alsof Zij voor zich heen praat: “Nu nog is de kans. Deze paus moet beseffen welk een groot werk hij in deze tijd moet verrichten.” Duitsland Daarna laat Zij mij Duitsland zien en zegt: “Vraag toch dat de paus zendbrieven stuurt. Duitsland immers heeft zo’n behoefte aan de goede geest. Die geest kunnen zij brengen.” Ik zie een aartsbisschop in Duitsland, een krachtige figuur. “Hij zal een strijd voeren”, hoor ik de Vrouwe zeggen. Dan maakt Zij met de twee vingers, wijs- en middelvinger ver van elkaar gespreid, een zigzag lijn midden over Duitsland en Zij zegt: “Bewerkt toch de jeugd in Duitsland, gij allen die daarvoor aangesteld zijt. Ik zeg u dit niet voor niets.” En dan gaat de Vrouwe weg.

22ste Boodschap

27 mei 1950

Werken aan het geestelijke Ik zie de Vrouwe staan. Zij zegt tegen mij, terwijl Zij in haar handen kijkt: “Kind, Ik zie nog steeds lege handen. Ik vraag je over te brengen dat het toch werkelijk mijn vaste plan is, juist onder die kern mensen een groep te vormen, die goed willen en goed doen. Luister goed. Er wordt veel tijd besteed aan het materiële. Laten ze toch ook tijd besteden aan het geestelijke, het is zo dringend nodig. Graag zou Ik willen dat die club mensen daar toch besef van krijgen. Nogmaals zeg Ik je: die katholieken moeten hard werken. Er dreigt een groot gevaar. Italië krijgt een soort tweestrijd.” De Vrouwe laat mij nu de St. Pieter weer zien en zegt: “Zo zijn ze ook in andere richtingen bezig om zo iets groots te vormen.” Duitsland “In Duitsland moet hard gewerkt worden. Gelukkig is daar weer een en ander begonnen om weer meer en beter te gaan werken onder de gelovigen. Maar dat is nog lang niet genoeg. Vooral Duitsland moet zeer waakzaam zijn. Er wordt daar een valse rol mee gespeeld, met Duitsland.” De jongeren Nu zie ik een heel grote groep jonge mensen om de Vrouwe heen staan. Zij kijkt ernaar en wijst daarop. Dan zegt Zij: “Kind, laten ze toch beginnen” - en weer wijst Zij op de groep om haar heen - “om de jonge mensen weer in de juiste godsdienstige vorm te krijgen. Het is moeilijk en zwaar voor degenen die daarvoor voelen. Ik kan er echter niet genoeg op aandringen. Het is de hoogste tijd er nu mee te beginnen.” Het eerste en voornaamste gebod Nu maakt de Vrouwe met de hand een soort boog en zegt: “Het is voor later.” Ik weet niet wat dat betekenen moet. Dan zegt de Vrouwe: “Je zult zien, eerst na veel ellende en rampen zal het kruis weer geplant worden. Laat ieder het zijne doen, wat hij kan doen. En dan wijs Ik weer op het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.” En nu is de Vrouwe ineens weg.

23ste Boodschap

15 augustus 1950

(Maria Tenhemelopneming) Het oosten Ik zie voor mij een oosterse figuur staan met een lang kleed aan en een doek om het hoofd. Hij maakt driemaal een buiging met de armen over elkaar en de handpalmen naar beneden gericht. Daarna worden de armen van elkaar gehaald en maakt hij dezelfde buiging met de handpalmen naar boven. Dan zie ik allemaal vreemde tekens staan: boogjes, streepjes, punten, een soort letter zoals onze J, dan weer verschillende tekens los van elkaar. Het lijkt me een soort taal. Dan zie ik een muur; die muur loopt kronkelend van boven naar beneden, alsof hij van een berg af komt. Ik krijg hier een ontzettende pijn over. Formosa Ineens zie ik een beest voor mij, een symbolisch beest dat wij niet kennen. Daarna zie ik krabben en grote zeesterren. Dan zie ik een eiland liggen; mij wordt ingegeven: dat is Formosa. Een kleiner eiland ligt eronder. Dan moet ik van links iets opschuiven en boven dat eiland een dalende beweging maken. En ik hoor zeggen: “Amerika, wees toch gewaarschuwd hier.” Ik voel dat er op dat eiland iets moet komen. Politiek-christelijke strijd Daarna moet ik de handen vouwen en kijk naar links boven. Ik zie de Vrouwe en hoor haar zeggen: “Dit is het tijdperk van de politiek-christelijke strijd. Dit heb Ik al meermalen gezegd. Grote gebeurtenissen gaan zich nu toespitsen. De chaos waarover Ik sprak, is aan de gang. De rampen zijn gekomen, regeringen zijn afgetreden, en er zullen er nog meer komen. Let wel, kind, nu gaat de strijd beginnen. Ik laat je deze vier vingers zien en maak er een cirkel omheen. Er zal een vorst regeren, zeer kort en krachtig. Gij zult het niet zien in uw beperkte kring.” Een nieuwe geest Dan zegt de Vrouwe: “Kijk.” Terwijl ik naast haar sta, zie ik plotseling beesten komen die voor haar gaan staan. “Kijk”, zegt de Vrouwe weer en dan zie ik aan haar linkerkant een wolf voor haar staan; midden voor haar komt een wolf of hond met een fakkel in de bek, naast hem komt een leeuwin en geheel rechts voor haar komt een grote adelaar. “Kijk”, zegt de Vrouwe weer. Nu wijst Zij naar boven en zie ik een witte duif. De Vrouwe zegt: “Dit is een nieuwe geest die komen zal.” Dan zie ik vanuit die duif stralen komen; ze gaan naar beneden: twee stralen in het midden, twee stralen naar rechts en twee stralen naar links. De Vrouwe zegt: “Die betekenis zult ge later begrijpen.” Daarna zie ik opnieuw de Vrouwe met die beesten en de duif. Daaromheen komen nu allemaal sterren. Oost en West Daarna is het of de Vrouwe een stap naar beneden maakt en Zij zegt: “Kom.” Het is alsof we nu op een groot plateau komen. In het midden daarvan blijven wij staan. Dan zegt de Vrouwe: “Ziet ge dit?” Zij wijst van oost naar west. Dan strekt de Vrouwe de armen heel wijd uit en het is alsof Zij twee muren op dat plateau tegenover elkaar plaatst; Zij trekt die muren heel lang door. Ineens staat de Vrouwe als het ware daarboven en zegt tegen mij: “Dat is niets.” En Zij wijst op het oosten en westen. Dan spreidt Zij de handen en maakt een vuist, eerst met de rechter- en daarna met de linkerhand. Daarna zegt Zij: “Luister goed, hoeveel keren Ik die stoot maak; ook gij zult dit doen.” Ik maak samen met haar die vuisten en de Vrouwe telt mij voor, terwijl wij de vuisten met kracht tegen elkaar brengen. “Tot driemaal toe”, zegt de Vrouwe. “De helft hiervan is het oosten.” Dan zie ik de Balkan en Griekenland met een grote ketting eromheen, ook om Oost-Duitsland. Het is of de Vrouwe al die landen dichtsnoert met die ketting. Ik zie een gedeelte nog vrij. Op de achtergrond zie ik een gestalte die met de hand onder het hoofd zit. De stem zegt tegen mij: “De werkers en denkers van de vernietiging van de wereld.” De zege is aan Ons Daarna krijg ik een oosters tafereel te zien. Wij gaan die berg weer op en boven is weer een plateau. Hierop blijven wij staan. De Vrouwe wijst naar iets dat op de grond ligt. “Kom”, zegt Zij en wijst mij naar de grond. Ik zie een zware balk liggen en moet die van mij af duwen. Dan zie ik ineens een dwarsbalk eraan komen; het geheel vormt een kruis. Dan kijk ik weer naar de Vrouwe en zeg: “Hoe moet ik U noemen?” - Ik moest dat weer vragen van mijn leidsman – Zij glimlacht en maakt een gebaar alsof Zij zeggen wil: vragen ze dat nu alweer? En Zij antwoordt mij: “Zeg maar tegen ze: de Vrouwe.” Dan gaat de Vrouwe gewoon verder. Zij wijst naar de weggeschoven balk en zegt: “De christenheid.” En nu maakt Zij een beweging met de handen en vingers alsof alles uit elkaar vliegt en dwarrelt. Het stelt symbolisch de christenheid voor. De Vrouwe zegt: “Gij zult dit zeggen: christenheid, gij kent uw groot gevaar niet. Er is een geest om u te ondermijnen. Maar ...” - en de Vrouwe maakt met de hand een teken van zegenen - “de zege is aan Ons.” Engeland De Vrouwe vervolgt: “Ik neem je mee en laat je zien.” Nu zie ik Engeland voor mij liggen. Dan is het of de Vrouwe met een voet op Engeland stapt. Terwijl Zij waarschuwend met de vinger heen en weer gaat, zegt Zij: “Waarom zo vast aan alles? Kunt gij niet tot het gewone keren?” Dan is het alsof Zij een heel grote kroon maakt op Engeland en Zij zegt: “Ook daaraan zal getrokken worden.” Dan is het of de Vrouwe rondom in de kroon gaatjes maakt, waar Zij lintjes doorheen haalt. Nu is het alsof Zij al die lintjes aan Engeland vastmaakt. Nu gaat haar voet weer van Engeland af en zegt Zij: “Nee Engeland, dat is niet uw rechte politiek.” Nu zie ik ineens de koning van Engeland voor mij. Het is net of hij heel vlug een slag om maakt. Daarna zie ik ook Churchill, schuin boven Engeland, maar alleen zijn hoofd. Dan wijst de Vrouwe mij op iemand en zie ik opeens een bisschop staan, echter niet van onze Kerk. Ik krijg in mij: dat is de bisschop van Canterbury. De Vrouwe kijkt naar hem en gaat waarschuwend met de vinger heen en weer. Dan zie ik daarachter allemaal torenspitsen komen. Terwijl de Vrouwe daarnaar wijst, zegt Zij: “Daar zal verandering komen.” Maar ik krijg het gevoel dat voor later is. Dan zie ik de paus, links van ons, met de twee vingers omhoog. Aan de andere kant, tegenover hem, staat die bisschop van Canterbury. Dan komt er ineens nog een andere geestelijke naast hem staan. Deze laatste heeft een witte pruik op met stijve krullen of golven en hij heeft een lang kleed aan met witte bef.  Dan zie ik de Vrouwe over die hoofden heen staan. Zij zegt: “Kijk.” Vanaf de kant van de Engelse geestelijkheid gaat Zij met een vinger over de hoofden van deze Engelse geestelijken heen en steekt haar vinger tussen de twee uitgespreide vingers van de paus. Korea Dat beeld verdwijnt weer en dan zie ik geschreven staan: ’51 53’. Dit laat de Vrouwe mij zien en ik krijg ineens iets in de hand. Het is of ik het uit de lucht moet grijpen, het komt van heel hoog. Ik hoor die stem zeggen: “Meteoren, let daarop.” Dan zegt de Vrouwe: “Kom.” En wij gaan verder. De Vrouwe zegt: “Die strijd op Korea is een schijn en begin van grote ellende.” Dan zie ik dat er met tussenpozen afbakeningen gemaakt worden. Daarna zie ik iemand met de hand onder het hoofd zitten, deze zit zwaar te denken. Ik krijg in mij dat het een Russisch staatshoofd is. Het lijkt mij Stalin of Lenin. “Ik heb u gewaarschuwd voor dat gevaar”, hoor ik ineens naast mij zeggen. Dan zie ik de halve cirkel van de aardbol en hier moet ik overheen kijken. Terwijl ik de linkerhoek als het ware vasthoud met de hand, moet ik zeggen: “Hier kijk ik heel diep en houd het vast.” Dan moet ik over die cirkel schuin naar rechts afgaan en verderop een rechte lijn maken. Ik krijg dan een vreselijke benauwdheid over mij. Encyclieken “Wij gaan verder”, zegt de Vrouwe. Ik zie nu de bovenkant van Italië en moet daar een greep omheen maken. Dan zie ik Zuid-Italië en houd de ‘hak’ van Italië als het ware met de duim vast, terwijl ik de vier andere vingers op Zuid-Italië zet. Dit moet ik doen. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Nee, dat is daar helemaal niet in orde. Waar zijn de encyclieken?” Ik moet dan een beweging maken en kruis de handen opstaand over elkaar. Ik zie steeds lege handen. Dan zie ik de St. Pieter en hoor de Vrouwe zeggen: “Kent gij uw macht wel? Maar kent gij uw leer?” Nu schrijft Zij ‘Encyclieken’ en zegt: “Dat is goed en voer het toch door. Laat het stromen naar rechts en links, naar boven en onder. Weet gij wel” - en Zij maakt een vuist - “dat die macht zo’n macht heeft?” Dan laat Zij mij een ‘1’, een ‘2’ en een ‘3’ zien. Daarna zie ik een boek liggen; daarop wordt een hand gelegd. De Vrouwe zegt: “Kijk naar uw wetten.” En het is of Zij iets uitrekt, hoe langer hoe verder en breder. Terwijl de Vrouwe dit doet, zegt Zij: “Weet wel dat uw tijd daar is.” Chaos Daarna brengt Zij mij op een helling en zegt: “Urbi et Orbi.” Dan kijkt Zij met mij vanaf die helling op de St. Pieter en zegt: “Waarom zo vast? Doe het toch wijder uit.” Nu brengt Zij mij in een ruimte en zegt: “Daar moet het heen.” Dan zie ik een soort benauwing en hoor zeggen: “Uit al deze chaos zal eerst een strijd komen en eerst later zal er een opkomst komen.” Er hangt nu ineens zo’n weemoed over mij. Terwijl de Vrouwe weggaat, zegt Zij: “Ik kom je weer boodschappen.”

24ste Boodschap

16 november 1950

De Vrouwe op de wereldbol. De Vrouwe van alle Volkeren Ik zie de Vrouwe staan op de wereldbol. Zij wijst op de wereldbol en zegt tegen mij: “Kind, Ik sta op deze wereldbol, omdat Ik de Vrouwe van alle Volkeren genoemd wil worden.” De woorden ‘van alle Volkeren’ komen in een halve cirkel boven haar hoofd te staan. Haar voeten op Engeland en Duitsland De Vrouwe zegt verder: “Ik heb gezegd tegen je: missie in eigen land. En nu wil Ik je iets laten zien.” Dan wijst de Vrouwe weer op de wereldbol en Zij staat met haar twee voeten strak aaneengesloten op Duitsland. Dan maakt de Vrouwe een beweging alsof Zij met een voet op Engeland stapt en Zij zegt: “Daar heb Ik al vast een voet op gezet.” Dan stapt Zij met die ene voet weer terug op Duitsland en sluit weer de voeten vast aaneen. Zij staat weer met uitgespreide handen en kijkt zeer bedrukt op Duitsland neer. Dan zegt de Vrouwe: “Kind, Ik heb mijn twee voeten hierop gezet. Duitsland moet gered worden. De Zoon heeft je juist hier  gebracht om dat beter te begrijpen. Ik heb veel zieken laten genezen.” Zij laat mij een landkaart zien en wijst daarop een plaats aan; ik zie heel duidelijk Lourdes liggen. Daarna wijst Zij nog naar andere plaatsen; welke die plaatsen zijn, weet ik niet. De Vrouwe zegt: “Begrijp je nu wat Ik hier wil? Er zijn hier zoveel zieke zielen; die moeten gered worden. Waarom gaan hier uit Duitsland zoveel geestelijken naar de missie? Laten zij toch hier blijven. Er is zoveel werk te verrichten.” Oproep tot actie in Duitsland Dan wijst de Vrouwe en ik zie het Vaticaan, terwijl Zij zegt: “Laat de paus toch middelen sturen en geestelijken oproepen, anders gaat Duitsland verloren. Er is een grote, geweldige afval. De mensen willen niet offeren voor nieuwe kerken en gebouwen. Daarvoor moeten de geestelijken aangespoord worden. Het is een zware arbeid. Ik waarschuw alleen maar. De anderen zijn druk bezig het Duitse volk van Rome af te trekken.” Daarna zie ik ineens een doodskop voor mij liggen en daarvóór twee beenderen, kruiselings over elkaar. De Vrouwe neemt de doodskop en die beenderen op en legt ze bij haar voeten op Duitsland neer. Dan zegt Zij: “De Zoon wil zijn bijzondere bescherming geven en heeft mij gestuurd Duitsland te helpen. Maar zij moeten aangespoord worden dat te doen wat Ik zeg.” Van de grond af beginnen Dan zie ik allemaal kleine kinderen om haar heen komen en zij kijken in verrukking naar haar op. De Vrouwe wijst op die kinderen en dan zie ik links van mij, op een grote afstand van de Vrouwe met kinderen, mannen en vrouwen staan. De Vrouwe brengt de handen bij elkaar en zegt: “Duitsland moet beginnen ieder voor zich in eigen huis weer de eenheid terug te krijgen. De kinderen moeten weer één zijn met vader en moeder. Laten zij toch weer samen knielen en de rozenkrans bidden.” Dan is het alsof de Vrouwe de kinderen verspreidt en Zij zegt: “Van de grond af moet het komen en dan de wereld in. Dan moet de naastenliefde weer zeer betracht worden. Er moet een grote actie komen onder de katholieken. Dat kan men doen door verspreiding, door in de kerken meer daarover te preken. In het geheel meer actie voeren.” En onderwijl is het alsof de Vrouwe de mensen opduwt. “Het is van groot belang dat dit doorgevoerd wordt. Er zijn anderen bezig Duitsland te vernielen. Het volk is nu bereid. Zeg dat toch, zeg dat toch!” Dan maakt de Vrouwe een waarschuwende beweging met de vinger: “Laten ze toch hard werken.” De grote kans voor Rome Ik zie daarna weer de paus voor mij. De Vrouwe zegt: “De paus zal hieraan voldoen, als het hem gevraagd wordt.” Dan spreidt de Vrouwe de handen gekruist over Duitsland uit. Daarna gaat Zij van Duitsland af en ik zie de wereldbol onder haar voeten ronddraaien. Dan zie ik haar weer op de wereldbol staan en Zij wijst mij op Rome. Zij gaat nu waarschuwend met de vinger heen en weer en zegt: “Laat de paus toch altijd zo verder gaan. Nu is er een grote kans voor Rome.” Ik zie verschillende kerken voor mij staan. Met één handgebaar gooit de Vrouwe die kerken als het ware tegen de grond. Dan zie ik op de achtergrond de grote koepel van het Vaticaan. De Vrouwe zegt: “De grote kans is nu aangebroken, mits de paus dat doorvoert wat hij van plan is te doen.” De Vrouwe houdt dan beschermend de hand boven de paus. Beroering over de wereld Dan zegt Zij: “Er komt een grote beroering over de wereld. De Russen laten het zo niet. En daarom zeg Ik: Ik ben de Vrouwe van álle Volkeren.” Daarbij benadrukt Zij heel sterk het woordje ‘alle’.

25ste Boodschap

10 december 1950

Het kruis over de wereld gelegd Ik zie links van mij een licht komen. Ik moet de handen samenvouwen. Dan zie ik ineens de Vrouwe staan, weer op de wereldbol. Daarna is het alsof de Vrouwe mij meeneemt en ik zie nu dat Zij de wereldbol als een platte kaart voor mij neerlegt. Dan legt de Vrouwe iets op die kaart neer en ik krijg een ontzettende pijn over mij heen. Ik zie dan dat de Vrouwe een heel groot, dik kruis over die kaart heen heeft gelegd. Terwijl ik daarnaar kijk, krijg ik een ontzettende pijn in mijn handen en hoofd. Het is alsof alle spieren van mijn lichaam zich samentrekken. De Vrouwe zegt: “Dat is de balk die over de wereld gelegd wordt”, en Zij wijst op de lange balk. Dan wijst de Vrouwe op de dwarsbalk en daarna nogmaals op het hele kruis en Zij zegt: “De pijnen van die balk laat Ik je voelen.” Ik krijg dan een koortsig gevoel in mijn hoofd en het is alsof ik een hevige dorst krijg, zo verschrikkelijk dat ik het bijna niet kan verdragen. Daarna moet ik van de Vrouwe mijn rechterhand met twee vingers en duim opsteken. Van de linkerhand moet ik een vuist maken. De Vrouwe zegt: “De rechterhand is de Waarheid en de andere is de vuist. Die moet je omhoog houden dat alle mensen het kunnen zien.” Terwijl ik dat doe, zie ik ineens achter die wereldbol met kruis allerlei mensen komen staan van alle naties. Dan moet ik de hand met de vuist voor mijn ogen houden. Terwijl ik dat doe, krijg ik zo’n vreselijke pijn, dat ik ineenkrimp en begin te huilen. Opnieuw is het alsof alle spieren in mijn lichaam worden samengetrokken. Ik zeg tegen de Vrouwe: “Die vuist doet zo’n pijn.” Daarna gaan die pijnen langzaam weg. Ik vouw opnieuw de handen. Strijd in het oosten De Vrouwe zegt: “Kom. Middenin blijven wij staan. Ik wil mijn voeten zetten midden in de wereld en Ik zal je laten zien: ... dat is Amerika.” Dan wijst Zij mij opeens een ander deel en zegt: “Mantsjoerije, daar komt een vreselijke opstand.” Daarna zie ik Chinezen en dan zie ik een lijn waar zij overheen trekken. Dan moet ik met de hand boven Formosa en Korea op en neer gaan. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “Kind, Ik heb je gezegd: dit is schijn. Ik heb bedoeld: er zullen perioden komen van schijnbare rust. Doch dat duurt niet lang. De oosterse volkeren zijn wakker geroepen door een soort mensdom dat niet in de Zoon gelooft.” Dan gaan wij weer verder. Nu zie ik groot-China liggen en ik moet de armen op een eigenaardige manier in elkaar vouwen. Ik zie een groot, ik bedoel innerlijk groot, man op een troon zitten. De Vrouwe zegt: “Hij is bedroefd. Zijn rijk zal voorlopig verdeeld worden.” Dan wijst de Vrouwe op Amerika en gaat afkeurend met de vinger heen en weer, terwijl Zij met een ernstig gezicht zegt: “Speel uw politiek niet te ver uit.” Daarna laat Zij mij tot twee keer toe over dit kruis voelen dat ook zwaar over Amerika ligt. Daarna zie ik Azië. Dan zie ik dat de Vrouwe over een gedeelte, het lijkt me de Oekraïne, de beide handen uitspreidt, alsof Zij het beschermt. Dan zie ik links boven in Rusland een hels licht, een verblindend licht; het is alsof het vanaf de grond uit elkaar spat. Het is een afschuwelijk gezicht. “En dan zie je niets meer”, zegt de Vrouwe en ik ben verblind door dat licht. Daarna zie ik een verdorde vlakte. Het is een heel akelig beeld, net alsof de dood eroverheen gegaan is. Dan zie ik mensen voor mij met doeken om het hoofd en wijde mantels omgeslagen, die zij met de handen, gekruist voor de borst, dichthouden. De Vrouwe wijst op die mensen en zegt: “Ook daar komt weer strijd om heilige grond en zij zullen om onze plaats een tweestrijd voeren.” Dit laatste zegt de Vrouwe zo zacht dat ik niet weet of Zij ‘strijd’ of ‘tweestrijd’ zegt. “Ook Japan moet voorzichtig zijn. Ik vertel u dit alles, dat gij dit zult beleven. Ik immers ben de Vrouwe van alle Volkeren en gij zult dat zeggen.” De eerdere verschijning van de Vrouwe Dan zie ik de Vrouwe weer in haar gewone houding voor mij staan, met de handen uitgespreid. Ik vraag haar: “Zullen ze mij geloven?” Ik vraag dit omdat ik zoveel moeilijkheden om mij heen gekregen heb. De Vrouwe antwoordt: “Ja, daarom ben Ik vroeger reeds tot je gekomen toen gij het niet begreep. Dat was toen ook niet nodig. Dat is het bewijs geweest voor nu.” Seculieren en regulieren Ik moet nu weer de ene hand tot een vuist maken en van de andere hand de vingers opsteken. Dan zegt de Vrouwe: “Die twee handen zullen tegen elkaar strijden. Maar na veel strijd en pijn zal de hand met de vuist neervallen. Want de Waarheid zal altijd zegevieren. Maar daar zal helaas nog veel moeten veranderen. Zeg dat de Kerk nu goed op weg is.” Nu wacht de Vrouwe en dan zegt Zij: “De seculieren en regulieren.” Dan is het alsof Zij met de vuist op tafel slaat. Ik hoor een harde slag en zie haar heftig het hoofd van ‘nee’ schudden. Dan zegt Zij: “Bij de seculieren, daar kan nog zoveel onverschilligheid worden weggehaald. Laten zij toch in deze tijd goed aan hun taak denken.” Ik durf dat eerst niet na te zeggen, maar dan kijkt de Vrouwe heel boos naar mij en moet ik het wel nazeggen. Mannen en vrouwen Daarna is het of de Vrouwe twee rijen mensen groepeert. Nu zie ik aan haar rechterhand mannen staan en aan de linkerhand vrouwen. Dan wijst Zij op de rij vrouwen en trekt een heel meewarig gezicht. Zij schudt medelijdend het hoofd en zegt, alsof Zij tot die vrouwen spreekt: “Kent gij uw taak nog? Luistert goed: zo een vrouw is, zo is de man. Geeft het voorbeeld, gij vrouwen. Komt terug tot uw vrouwzijn.” Dan kijkt Zij naar de rij mannen en zegt: “Ik heb een vraag aan u mannen: waar zijn de soldaten voor Christus? Meer heb Ik u niet te zeggen.” De witte duif Dan is het alsof de Vrouwe die twee rijen mensen één maakt. Zij brengt ze met een boog bijeen. Nu zie ik onafzienbare rijen mannen en vrouwen naast elkaar staan. Dan vormt ineens die boog een grote koepel en boven die koepel vormt het zich tot een grote kerk. Midden in die kerk zie ik de volgende voorstelling komen: een witte Duif die stralen licht uitzendt. De Vrouwe zegt: “Laat die toch op de mensen der aarde komen. Ik zal ze helpen, maar er moet hard gewerkt worden en vlug.” De paus zal geholpen worden Dan zie ik ineens de paus weer staan, maar ik zie alleen zijn borstbeeld. Hij staat als het ware boven dat alles. Hij heeft een eigenaardige kroon op met allemaal edelstenen daarin. Terwijl ik ernaar kijk, hoor ik de Vrouwe zeggen: “Een tiara.” Dan is het of de Vrouwe zich tot de paus richt. Zij zegt: “Gij zijt in de goede richting. Ik zal u helpen. Gebruik uw moderne middelen nog meer en zet toch door. De kans voor Rome is aangebroken. Gebruik ze toch! Gij zult over orkanen heen moeten gaan, maar gij zult geholpen worden.” Ik zie dan geweldige stormen en een vloed van water. Daarna zie ik ineens in de rechterhand van de Vrouwe een kroon en het is alsof Zij die kroon aan de paus geeft. Frankrijk Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Nu gaan wij verder. Frankrijk is er zeer slecht aan toe.” Ik zie Frankrijk liggen en zie daarop in het midden het beeld van Napoleon staan. Ik hoor: “Frankrijk, gij zijt militair, economisch en geestelijk zeer gezakt. Waar is uw roem en trots gebleven?” Dan zie ik vele rode vlekken op Frankrijk. Ik hoor die stem zeggen: “En toch is er zo heel weinig voor nodig om die mensen tot inkeer te brengen.” Dan wijst de Vrouwe op verschillende landen en zegt: “Waarom sluiten zij zich toch niet aaneen?” Ik zie nu Nederland, Frankrijk, België en Engeland. Het ijzeren gordijn Daarna wijst de Vrouwe op een dikke lijn in Duitsland en Zij zegt: “Europa is in tweeën verdeeld.” Ik haal die lijn met een greep weg. Nu zie ik een heel zwarte plek, behalve de kustlanden, die zie ik heel duidelijk. Dan komen wij boven een rivier. De Vrouwe zegt: “De Oder.” Ik zie geen water stromen maar een rode vloed. “En hij is rood van bloed”, zegt de Vrouwe. Dan zie ik rode takken naar het Westen komen. Turkije Dan hoor ik zeggen: “Turkije, past gij wel op?” Dan zie ik de Bosporus en de Dardanellen. Ik moet dan iets eigenaardigs doen. Ik moet met mijn handen klauwen maken en die vast op de kaart zetten. Mijn armen moet ik houden als de poten van een beest. De Vrouwe zegt: “Je moet dat alleen maar voorstellen. Gij zijt als een beest dat met twee klauwen op Europa staat, gereed voor de sprong.” Ik zie dan ook een beest dat op Europa wil springen. Het kijkt naar links en naar rechts maar trekt dan de poten heel langzaam terug. De herder en zijn kudde Dan hoor ik die stem zeggen: “Na angsten en smart zult gij dan het volgende zien.” En dan zie ik ineens voor mij een vredig landschap, waarin lammeren en schapen lopen en een herder tussen hen in. De Vrouwe zegt: “Begrijp dit alles goed en geef het door.” Dan is de Vrouwe ineens weg. 1.   De zieneres herkende dit beeld toen zij op de televisie de historische ontmoeting zag tussen paus Paulus VI en dr. Ramsey, de aartsbisschop van Canterbury. Deze vond plaats in 1966 in de Sixtijnse Kapel te Rome. 2.   Voor de stad en voor de wereld.” (Latijn) 3.   Op 1 november 1950 kondigt paus Pius XII het dogma af van Maria Tenhemelopneming. Dit vormt een duidelijk markeringspunt binnen de boodschappen, die nu een nieuwe wending nemen. In deze eerste boodschap na de dogmaverklaring noemt Maria zich voor het eerst ‘de Vrouwe van alle Volkeren’. In de volgende boodschappen geeft Zij haar gebed, Zij vestigt de aandacht op haar beeltenis en spreekt voor het eerst over het laatste en grootste mariale dogma van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. 4.   De zieneres ontving deze boodschap in Duitsland. 5.   Als 12-jarig meisje had de zieneres op drie opeenvolgende zaterdagen in oktober 1917 een mooie, schitterende ‘Dame in het wit’ gezien. De eerste zaterdag, 13 oktober 1917, was de dag waarop in Fatima het zonnewonder plaatsvond. 6.   Reguliere priesters behoren tot een orde; seculiere priesters vallen rechtstreeks onder het gezag van een bisschop.

< VORIGE

VOLGENDE >

de Vrouwevan Alle Volkeren