“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juli 2018

De Boodschappen

Jaartal 1946

6de Boodschap

3 januari 1946

Strijd in Engeland en Europa Ik hoor die stem zeggen: “Engeland, pas op.” Dan zie ik Engeland en in Engeland een grote kerk. Ik krijg in me: Westminster Abbey. Dan zie ik een bisschop; hij is niet van onze Kerk. Ik krijg in mij: dat is een bisschop van Engeland. Daarna zie ik de paus voor mij zitten; hij kijkt zeer ernstig. Daarna zie ik weer die bisschop, dat heeft met Engeland te maken. De Vrouwe wijst mij op Engeland en dan zie ik boven het hoofd van die bisschop het woord ‘Strijd’ staan. Ik word zo vreemd, het is of alles van binnen in mij verandert, ik kan niet verklaren hoe. Ik kijk ineens links omhoog en zie de Vrouwe weer staan. Zij is geheel in het wit en staat enigszins in de hoogte. Zij wijst mij ergens heen. Ik kijk en zie Engeland weer voor mij liggen. De Vrouwe zegt tegen mij: “Strijd zal er komen over geheel Europa en daarbuiten.” Ik krijg een zwaar verlammend gevoel en een grote geestelijke vermoeidheid over mij. De Vrouwe zegt: “Het is een zware geestelijke strijd.” Kijk naar het kruis Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Kom”, en Zij wijst naar mijn hand. Het is of daar een kruis in gelegd wordt. De Vrouwe wijst nu wat ik moet doen. Ik ga met die hand, met het kruis erin, boven de aarde rond en ik moet het kruis laten zien. Dan zegt de Vrouwe tegen mij: “Ja, kijk naar dat kruis.” Ik doe dit en terwijl ik kijk, gaat dat kruis uit mijn hand en maak ik een vuist. Ook daarnaar moet ik kijken. Dan zegt de Vrouwe: “Kijk nu weer naar het kruis”, en het kruis ligt weer in mijn hand. De Vrouwe gaat waarschuwend met haar vinger heen en weer en zegt: “Dat kruis willen ze veranderen in andere kruisen.” Ik zie nu verschillende dingen voor mijn ogen draaien, communisme en een nieuw soort stroming die er zal komen, een combinatie van hakenkruis en communisme. Strijd De Vrouwe zegt: “De christenen zullen vermoeid worden van het strijden.” Zij benadrukt het woord ‘vermoeid’ en ik voel een geestelijke vermoeidheid over me komen. De Vrouwe wijst naar iets voor mij en dan zie ik een zandvlakte, een woestijn. Daar wordt een preekstoel op gezet. Dan gaat die preekstoel weer weg en zie ik heel vlug die woestijn weer voor mij. Ik hoor een stem iets roepen in een vreemde taal uit vroeger tijden. Dat herhaalt zich een paar keer heel vlug voor mijn ogen. Daarna wijst de Vrouwe weer naar iets en ik zie het Vaticaan. Het is alsof het midden in de wereld ronddraait. In het Vaticaan zie ik de paus met opgeheven hoofd en twee opgestoken vingers. Hij kijkt ernstig voor zich heen. Ik klop dan drie keer op mijn borst. Jeanne d’Arc Daarna zie ik ineens iemand te paard zitten met een harnas aan. Als ik vraag wie dat is, krijg ik ten antwoord: “Jeanne d’Arc.” Achter haar zie ik plotseling een grote kathedraal oprijzen. Ik vraag wat dat voor een kerk is en ik hoor in mij: “Dat is de kathedraal van Reims.” Ik zie dan een stoet aankomen die in de richting van die kerk gaat. Het is een stoet uit vroeger tijden met iemand op een paard. Hij draagt een schild en een zwaard; om hem heen zijn allemaal schildknapen. Ik hoor: “Bourbon.” Ik krijg het gevoel: dat is voor later. Waarheid, naastenliefde en rechtvaardigheid Daarna moet ik in mijn handen kijken en ik stel de mensheid voor. “Ze zijn leeg”, zeg ik tegen de Vrouwe. Zij kijkt en dan moet ik ze samenvouwen, terwijl ik naar haar opzie. De Vrouwe lacht tegen mij. Het is alsof Zij een stap naar beneden komt en Zij zegt: “Kom.” Dan is het alsof ik met haar over de wereld ga. Ik krijg ineens een vreselijk moe gevoel en ik zeg tegen de Vrouwe: “Ik ben zo moe, zo hopeloos moe.” Ik voel dat door mijn hele lichaam. Maar de Vrouwe neemt mij steeds verder mee. Dan kijk ik voor mij uit en zie met heel grote letters geschreven staan: ‘Waarheid’. Ik lees dat hardop en dan gaan we weer verder. De Vrouwe schudt het hoofd. Zij kijkt heel ernstig en bedroefd en zegt tegen mij: “Zie jij Naastenliefde?” Ik kijk weer in mijn handen en zeg: “Die handen zijn leeg.” De Vrouwe neemt weer mijn hand en wij gaan verder. Terwijl ik een oneindige leegte voor mij zie, hoor ik de Vrouwe vragen: “Rechtvaardigheid, Gerechtigheid, waar is dat alles?” Jericho Dan zie ik het kruis weer midden in de wereld staan en de Vrouwe wijst ernaar. Ik moet het opnemen, maar draai het hoofd om. Het is alsof ik de mensheid ben en het kruis van mij af gooi. “Neen,” zegt de Vrouwe, “dat moet opgenomen en middenin gezet worden. Er zal een categorie mensen zijn, die zullen vechten, vechten daarvoor en Ik zal ze brengen daarnaar toe.” Terwijl Zij dat zegt, krijg ik zo’n ontzettende pijn over mijn hele lichaam dat ik ervan kreun. “O, wat doet dat pijn”, zeg ik tegen de Vrouwe. Daarna hoor ik een stem heel hard roepen: “Jericho!” en de Vrouwe is weer op haar plaats in de hoogte gaan staan. Zij ziet naar beneden, kijkt op mij neer en zegt: “Dat moet gebracht worden, wat Ik je verteld heb, eerder is er geen vrede.” Geestelijke strijd Ik zie dan de paus weer voor mij en een heel stel geestelijken om hem heen en andere heren. “Het is alsof ze in conferentie zijn”, zeg ik. Er wordt heftig gepraat, soms lijkt het alsof ze boos zijn. De Vrouwe zegt: “Dat is de geestelijke strijd, die over de wereld rondgaat. Die is nog erger dan de andere en ze wordt ondermijnd.” Ego sum Ik ga dan als het ware over de aarde en het is of ik woel in de grond. Het is of ik steeds verder kruip onder de grond en door allerlei gangen kom. Dan houdt het plotseling op en hoor ik ineens: “Ik ben er.” Dan hoor ik een stem die zegt: “Ego sum” (8) en ik zeg dan zacht: “En de wereld is klein.” Daarna zegt de Vrouwe terwijl Zij met de vinger wijst: “Gaat en verspreidt.” En ineens is alles weg.

7de Boodschap

7 februari 1946

Europa gewaarschuwd Ik zie ineens de Vrouwe staan. Zij gaat waarschuwend met de vinger heen en weer en zegt: “Kijk over Europa en waarschuw de volkeren van Europa.” De Vrouwe kijkt zeer ernstig en zegt: “Ora et Labora.” (9) En weer gaat Zij waarschuwend met de vinger heen en weer. Dan laat de Vrouwe mij een wolf zien. Deze loopt steeds heen en weer voor mij. Dat beest verdwijnt ineens. Dan laat Zij mij een schapenkop zien met rondom de kop horens die in elkaar gestrengeld zijn. Dan zegt de Vrouwe weer: “Europa moet oppassen; waarschuw de volkeren van Europa.” Strijd en rampen Daarna laat Zij mij Rome zien. Heel duidelijk zie ik het Vaticaan ronddraaien. Het is alsof de Vrouwe mij nu met de vinger wenkt en Zij zegt: “Kom, kijk daar goed naar.” Dan steekt Zij drie vingers op en daarna de hele hand, dus vijf vingers. Dit herhaalt Zij een paar maal voor mij. “Kijk goed en luister,” zegt Zij, “het Oosten tegen het Westen.” Dan hoor ik de Vrouwe weer zeggen: “Pas op, Europa!” Nu zie ik plotseling Engeland voor mij. De Vrouwe doet als het ware een stap naar beneden en het is alsof Zij haar voet op Engeland zet. Ik kijk goed toe en zie de Vrouwe haar handen samenvouwen. Dan waarschuwt Zij weer, ik hoor haar zeggen: “Wee u, Engeland.” De Vrouwe wenkt mij weer goed te kijken. Ik zie dan ineens weer Rome voor mij liggen en zie de paus zitten. De paus heeft een open boek in zijn hand dat hij aan mij laat zien. Ik kan niet zien wat het voor een boek is. Dan draait de paus dat boek naar alle kanten. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “Maar daar moet veel veranderd.” En Zij wijst naar waar de paus is. Zij kijkt zeer ernstig en schudt het hoofd. Weer steekt de Vrouwe de drie en daarna de vijf vingers op. Ik krijg ineens een verward gevoel over mij en hoor de Vrouwe zeggen: “Er komen weer nieuwe rampen over de wereld.” Laat de kleinen tot Mij komen Ineens zie ik een vlakte voor mij; daar wordt een groot ei op gelegd. En terwijl ik kijk, zie ik een struisvogel hard weglopen. Daarna zie ik allemaal zwarte kinderen voor me. Dan zie ik weer een waarschuwing en zie blanke kinderen. Ik krijg de voorstelling te zien alsof Onze Lieve Heer daar staat met kinderen om zich heen. Het is een lichtende Gestalte die ik zie. Ik hoor: “Laat de kleinen tot Mij komen.” En ik zie geschreven staan: ‘De kinderen moeten in de christelijke leer worden opgevoed’. De landing op de maan Daarna zie ik een strook van een landkaart voor mij. Ik hoor: “Judea” en ik zie geschreven staan: ‘Jeruzalem’. Dan zie ik ineens twee lijnen met een pijl aan de uiteinden. Bij de ene staat: ‘Rusland’, en bij de andere: ‘Amerika’. Dan is het of ik met de Vrouwe boven op de aardbol kom te staan. De Vrouwe wijst me naar iets en ik zie heel duidelijk de maan voor me. Er komt iets aangevlogen; ik zie dat op de maan komen. (10) Ik zeg: “Daar komt iets aan, aan die maan.” Het is net of ik zweef in het luchtruim. Het is zo vreemd om mij heen en ik zeg: “Een soort natuurverschijnsel.” Eenheid in Europa. Engeland Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Volkeren van Europa, schaart u aaneen. Het is hier niet in orde.” Midden in Europa zie ik Duitsland liggen en het is alsof dat land zich eruit wil woelen. Dan zie ik Engeland weer en ik moet nu met twee handen de kroon stevig vasthouden. Het is alsof die kroon heen en weer gaat en ik die vast over Engeland heen moet trekken. Ik hoor: “Engeland, besef uw taak goed. Engeland, gij zult terug moeten tot het Hoogste, the Highest.” En nu is de Vrouwe ineens weg.

8ste Boodschap

25 februari 1946

De waarheid is zoek Ik zie een hel licht en zie in de hoogte de Vrouwe staan. Zij wijst naar beneden en ik zie Europa voor mij liggen. De Vrouwe schudt haar hoofd. Ik zie aan haar voeten net kleine engeltjes en terwijl ik kijk slaan ze de vleugels voor het gezicht. Dan komt er een groot licht om de Vrouwe heen. Hoe meer ik naar de aarde kijk, hoe donkerder het daar wordt; daar wijst de Vrouwe mij op. Ik kijk weer naar haar op, maar Zij wijst naar de aarde met een streng gezicht en daar zie ik in dat donker met grote letters geschreven staan: ‘Waarheid’. Ik zie ineens de engeltjes weer aan haar voeten en de vleugels gaan weer voor het gezicht. De Vrouwe zegt tegen mij: “Gij moet ze waarschuwen. De Waarheid is zoek.” Ik zeg in mijzelf: hoe kan ik dat doen? De Vrouwe wijst naar beneden en zegt: “Gaat en verspreidt.” Zij wijst met de vinger naar de wereld; ik zie daar veel geestelijken en kerken, maar vaag. Het kruis midden in de wereld Weer wijst de Vrouwe naar de wereld en Zij zegt: “Zoek maar of je Hem kunt vinden.” Ik zoek en zoek en zeg tegen haar: “Ik word zo moe en krijg een vreselijke pijn”. Ineens zie ik een groot lang kruis van haar af komen. Het is alsof iemand het voortsleept, maar de Persoon zie ik niet, alleen het kruis. Het kruis gaat de lange weg naar beneden, naar de aarde en ineens zie ik het midden in de wereld staan. Ik kijk weer naar de Vrouwe en zie een lange rij, het lijken mij pelgrims, gaan. Waarheid, geloof en liefde De Vrouwe zegt tegen mij: “Kijk!” en Zij maakt over de wereld een halve cirkel, een boog. Het is alsof Zij daarin schrijft en ik lees hardop de woorden. ‘Waarheid’, dit staat in het midden. Dan schrijft Zij links een woord en ik lees: ‘Geloof’; daarna rechts en ik lees: ‘Liefde’. De Vrouwe wijst daarop en zegt: “Gaat en verspreidt.” Dan wijst Zij weer naar die boog en zegt: “Dat moet weer komen. Ogenschijnlijk is het er, maar in werkelijkheid is het er niet.” En Zij kijkt vreselijk bedroefd. Ramp op ramp Daarna moet ik zeggen: “Ramp op ramp, natuurrampen.” Dan zie ik het woord ‘Honger’ staan en ‘Politieke Chaos’. De Vrouwe zegt: “Dit is niet voor uw land alleen maar over de hele wereld.” Ik krijg dan een vreselijke pijn en zeg: “Dat is nog een periode van druk en pijn, die nog over de wereld gaat.” Ik zie dan het woord ‘Hopeloos’ staan. Het wordt ineens licht om mij heen en ik zie de Vrouwe als het ware naar beneden komen. Zij wijst mij op die drie woorden: ‘Waarheid’, ‘Geloof’ en ‘Liefde’. De Vrouwe lacht en zegt tegen mij: “Maar er zal heel wat geleerd moeten worden.” Ecce Homo Zij wijst me ineens naar rechts en daar zie ik iemand zitten met een lange witte baard. Hij draagt een lang kleed en zit met de twee vingers aaneengesloten omhoog. Onder zijn elleboog ligt een dik boek en voor hem een grote sleutel. Dat beeld verdwijnt en de Vrouwe zegt weer: “Kijk.” En Zij laat me nu iets anders zien. Het is een grote steen en daarop ligt een lam. Ik hoor zeggen: “Ecce Homo.” (11) Ineens is de Vrouwe weg en ook het licht.

9de Boodschap

29 maart 1946

Het goddelijk Kind Ik zie de Vrouwe weer staan. Zij heeft een kind op haar arm. Het heeft een aureool om het hoofd en het straalt aan alle kanten. Het is of de Vrouwe naar beneden komt en nu zie ik haar op een wereldbol staan. Die bol draait steeds onder haar door. De Vrouwe kijkt mij aan en zegt: “Kom, volg mij.” Ik ga achter haar aan en het is of wij over die wereldbol lopen. De Vrouwe draait zich naar mij om en zegt: “Hem” - en Zij wijst op het Kind - “wil Ik weer op die wereld brengen.” Maar terwijl Zij dat zegt, schudt de Vrouwe met het hoofd steeds van ‘nee’. Ik kijk naar dat Kind en terwijl ik kijk, verandert dat Kind in een kruis. Ineens valt dat kruis op de grond voor mij en is verbrokkeld. Ik zie naar de wereld en zie die geheel in het donker liggen. Dan hoor ik de Vrouwe roepen: “Breng Hem toch terug in die wereld!” En Zij wijst naar dat verbrokkelde kruis. Terug naar Hem Nu zie ik ineens het kruis, dat weer heel is, midden in die wereld geplant. Eromheen staan allerlei soorten mensen, maar met afgewend hoofd. Ik voel me ineens heel moe en zeg dat tegen de Vrouwe, maar Zij lacht tegen me. Dan zie ik haar ineens op een soort zetel zitten, Zij heeft weer het Kind op de schoot. Dat Kind straalt aan alle kanten. De Vrouwe zegt: “Eerst terug naar Hem, dan pas is het ware vrede.” Zij benadrukt het woordje ‘ware’. Dan komen om de Vrouwe heen in een boogvorm woorden te staan. Ik moet hardop lezen: ‘Waarheid’. “Alweer?”, zeg ik en kijk de Vrouwe aan. Zij knikt met het hoofd van ‘ja’. Dit staat in het midden. Dan lees ik links: ‘Gerechtigheid’ en rechts: ‘Naastenliefde’. Christus Regnum Nadat ik dat gelezen heb, zie ik aan haar voeten een stenen leeuw met om zijn kop een aureool van doorschijnend licht. Achter die zetel zie ik torens en kerken verschijnen en zie ik bisschoppen. “Niet van onze Kerk”, zeg ik. Ik krijg in mij: dat is de Engelse kerk. Terwijl ik ernaar kijk, komt er een kruis doorheen in de vorm van een X. En ik zie de Vrouwe glimlachen. Ineens is het Kind op haar schoot groter; het staat nu rechtop en heeft de kelk in de hand. Dan zie ik naast dat alles een ladder komen en het is alsof ik die opga. Ik kom boven aan die ladder en zie ineens groot het volgende teken voor mij staan: een X met een P erdoorheen. (12) De Vrouwe zegt: “De godsdienst zal een zware strijd krijgen en men wil ze vertrappen. Dit zal zo geraffineerd gaan, dat bijna niemand daar erg in zal hebben. Maar Ik waarschuw” en Zij kijkt zeer ernstig en wijst op de kelk. Ik hoor haar zeggen: “Christus Regnum.” (13) en daarna zie ik Jeruzalem voor me liggen, dat wordt me ingegeven. Daar is een strijd. Dan zie ik ineens Armeense priesters voor mij. Daarna steek ik twee vingers op. Ik zie weer de Vrouwe op haar zetel zitten met alles eromheen en zie nu de Engelse kerk, een Russische kerk, een Armeense kerk en nog vele andere kerken. Deze draaien maar door elkaar heen. De Vrouwe kijkt bezorgd en ik hoor haar zeggen: “Rome, waak!” Zij zegt die woorden met nadruk en balt haar vuist. En dan ineens is de Vrouwe weg.

10de Boodschap

9 juni 1946

(Pinksteren) Urbi et Orbi Ik zie de Vrouwe weer staan. Zij gaat waarschuwend met de vinger heen en weer en zegt, alsof Zij tegen de wereld spreekt: “Urbi et Orbi. (14) Dat is op het ogenblik het voornaamste.” Werken en waken De Vrouwe komt naar beneden en draagt een klein Kind, een verheerlijkt Kind, bij zich in een doek. Zij gebaart mij haar te volgen en ik loop achter haar aan. De Vrouwe legt dat Kind midden in de wereld. Het Kind begint heel hard te schreien. De Vrouwe wijst op dat Kind en zegt: “Mensen die vóór Hem zijn, waakt toch! Ik kan niet genoeg waarschuwen.” Daarna kijk ik weer naar die plek, maar het Kind is plotseling weg. De Vrouwe kijkt heel bedrukt de wereld in en zegt: “Het is niet onder die mensen te vinden: Gerechtigheid, Waarheid en Liefde.” Daarna is het alsof de Vrouwe diep voor zich heen staart en Zij zegt: “Ramp op ramp. Ten tweede male zeg Ik u dit: zolang dat er niet is, kan er geen ware vrede zijn. Door bidden en vooral werken ten goede en niet bidden alleen. Werken en waken.” Een nieuwe ramp Dan zie ik plotseling dat de Vrouwe opzij is gaan staan. Ik krijg nu een heel naar beeld te zien. Van de andere kant komen als het ware demonen op mij af, figuren die door elkaar dwarrelen, met horens op de koppen, rare poten en afschuwelijke gezichten. Dan hoor ik de Vrouwe zeggen: “Ik voorspel u een grote, nieuwe ramp op de wereld.” Dit zegt de Vrouwe zeer bedroefd en waarschuwend. Dan zegt Zij: “Als de mensen maar willen luisteren ...” En Zij schudt maar steeds met het hoofd ‘nee’. Dan zie ik een korte periode en ik hoor: “Ogenschijnlijk gaat het een korte tijd goed.” Daarna zie ik de wereldbol en de Vrouwe wijst daarnaar. Ik zie felle lichten en stralen en het is alsof die bol aan alle kanten uit elkaar spat. Dan wijst de Vrouwe naar de lucht. Zij staat rechts van mij, dus in het westen en Zij wijst naar het oosten. Ik zie allemaal sterren aan de lucht en de Vrouwe zegt: “Daar komt het vandaan.” Strijd tegen de paus Ik zie plotseling een kardinaalshoed voor mij liggen; om die hoed zijn linten die afhangen. Daaroverheen komt een X-teken, alsof die hoed wordt afgekruist. Ik hoor de Vrouwe zeggen: “Er komt een strijd in Rome tegen de paus.” Ik zie rond de paus allemaal bisschoppen zitten en hoor daarna: “Catastrofaal.” Dan gaat de Vrouwe weg. 8.   “Ik ben.” (Latijn) 9.    “Bid en werk.” (Latijn) 10.  De zieneres herkende dit beeld toen zij in 1969 op de televisie de eerste maanlanding zag. 11.   “Zie, de Mens.” (Latijn) 12.   Het Griekse teken voor Christus. 13.  Regnum (Latijn): Rijk. 14.  “Voor de stad en voor de wereld.” (Latijn)

< VORIGE

VOLGENDE >

de Vrouwevan Alle Volkeren