“… het eerste en voornaamste gebod: de Liefde, Naastenliefde.”                                                                                    
55V - juni 2018

De Boodschappen

Jaartal 1956

52ste Boodschap

31 mei 1956

(Maria Koningin, Sacramentsdag) De zieneres in tweestrijd Aan het eind van de heilige Mis, ’s morgens in de St.-Thomaskerk, hoor ik plotseling de stem van de Vrouwe indringend en duidelijk zeggen: “Ik kom vandaag. Vraag aan je bisschop de beeltenis terug te brengen in de kerk voor het derde uur daar is.” Ik antwoord: “Dat doe ik niet. Ze geloven mij toch niet.” Heel boos zegt de Vrouwe dan: “Doe wat Ik je zeg!” ’s Middags bid ik thuis de rozenkrans, samen met mijn familie. Bij het laatste glorievolle geheim,  om drie uur precies, hoor ik ineens weer de stem van de Vrouwe. Zij zegt: “Ga naar de Wandelweg.” Ik schrik en zeg: “Dat doe ik niet. Ik moet pater Frehe gehoorzamen, ik heb het op mijn erewoord beloofd.  Doet u maar wat anders, want u moet ons helpen.” ’s Avonds, om ongeveer half negen, hoor ik opnieuw de stem van de Vrouwe. Zij zegt: “Ik kom toch vandaag.” Ik vraag: “Waar dan?” De Vrouwe antwoordt: “Hier. Waarschuw ze en zeg dit je pastoor.” Ik zeg: “Dat doe ik niet, want ik mag niets zonder pater Frehe doen.” Ik heb dit ook niet gedaan. Omwille van de belofte Na het Lof in de kerk komen verschillende kennissen even langs om te vertellen hoe het gegaan is en hoe mooi het is geweest. Precies om tien uur komt plotseling het licht in de kamer. Heel langzaam komt uit dat helle licht de Vrouwe naar voren. Als de Vrouwe daar staat, zegt Zij: “Omwille van dezen hier, ben Ik vandaag gekomen.” Zij wijst dan op de kring van mensen die om ons heen zitten. “Voorwaar, Ik zeg u, de Heer Jezus Christus heeft de Vrouwe van alle Volkeren hier tot u gezonden omwille van de belofte. Zeg dit uw bisschop, zeg dit uw leidsman.” De gehoorzaamheid Nu kijkt de Vrouwe mij aan en glimlacht tegen mij, terwijl Zij zegt: “Je hebt goed gedaan. De gehoorzaamheid moest voorgaan.” Hier wacht de Vrouwe even en dan zegt Zij: “Ik heb gezegd: ga naar de Wandelweg.” Dan glimlacht Zij weer tegen mij en zegt: “Je hebt gehoorzaamd. Het zij zo. Dit heeft de Heer verlangd.” Nu wacht de Vrouwe weer even. Dan zegt Zij, terwijl Zij in de verte kijkt: “Omwille van de stad - laten zij goed begrijpen hoe de Vrouwe dit bedoelt - omwille van de stad heeft de Vrouwe deze gehoorzaamheid gewild.” De plaats van de nieuwe kerk Nu wacht de Vrouwe lange tijd. Dan zegt Zij, terwijl Zij om zich heen kijkt: “Nu laat de Vrouwe ten getuige van dezen je zien waar en hoe de kerk van de Vrouwe van alle Volkeren zal komen.” Weer zegt de Vrouwe lange tijd niets. Dan is het alsof wij ineens op een grasveld staan. De Vrouwe laat mij nu heel duidelijk zien waar de nieuwe kerk gebouwd moet worden. Zij wijst naar links en zegt: “Kijk goed. Niet ginds, maar daar.” En nu wijst Zij naar rechts. “Ik laat het nu zien. Vertel het later aan de anderen.” Ik zie nu duidelijk de plaats: een grasveld met bomen en een theehuisje, aan de Zuidelijke Wandelweg. Nogmaals zegt de Vrouwe: “Kijk goed!” Zij wacht en vervolgt dan: “Zij zullen moeite krijgen. Het is een groot terrein, later omringd van een halve stad.” Ik zie dan ook een groot terrein, omringd door nieuwe huizen en gebouwen. Een stuk van de dijk die er nu ligt, is weg. De kerk van buiten gezien Plotseling zie ik op de door de Vrouwe aangeduide plaats een grote kerk staan. Het is een majestueuze kerk aan een groot plein, een heel bijzondere kerk zoals wij die niet kennen, maar waarin je van alle bestaande kerken iets terugvindt. Het achtergedeelte lijkt oosters, de voorkant heeft meer iets westers. De kerk is gebouwd van geel-beige natuursteen. Heel opvallend zijn de lichtgroene koepels, één grote met aan weerskanten twee kleinere. De Vrouwe wijst mij hierop en zegt: “Je ziet drie koepels op de kerk; één grote, twee kleinere aan weerskanten.” Het groen van de koepels steekt prachtig af tegen het geel-beige van de kerkmuren. In deze muren zijn grote ramen, in het koepelgedeelte alleen vlak onder de koepels. Op de grote koepel staat een kruis. Het voorportaal De ingang van de kerk is bijzonder majestueus, groots en voornaam. Er zijn trappen die naar het grote, open voorportaal leiden. Dit voorportaal heeft aan de voorkant vier geweldige pilaren, aan de boven- en onderkant geornamenteerd. De pilaren zijn niet glad, maar van boven naar beneden als het ware geribbeld. Het dak boven de ingang, dat door deze pilaren wordt ondersteund, heeft een opstaande rand met een of ander beeldhouwwerk of reliëf. Het interieur van de kerk Dan zegt de Vrouwe heel plechtig: “Wij treden nu het huis van de Heer binnen.” Plotseling sta ik met de Vrouwe in de kerk. Het is een grote, warme kerk. Alle ramen zijn gebrandschilderd; het zijn diepe, warme kleuren, overwegend een soort oosters rood en blauw, kleuren die in onze kerken niet te zien zijn. Terwijl ik met de Vrouwe door de kerk loop, valt mij op dat de vloer een weinig schuin naar beneden loopt, amphitheatergewijs. Opvallend is ook dat alles in de kerk in een halve cirkel geplaatst staat. Alles aan en in de kerk is rond. Voor in de kerk zie ik een verhoogd plateau, een soort platform van geweldige afmetingen. Het heeft aan de voorkant trappen, rond gebouwd. Ook de zitplaatsen staan in het rond. Voor het platform zie ik communiebanken. De altaren Op het platform staan drie altaren, geplaatst in een halve cirkel. De Vrouwe wijst op het middenaltaar en zegt: “In het midden het kruis, het dagelijks wonder, het altaar van het kruisoffer.” De Vrouwe wijst dan op een laag tabernakel met daarop een klein kruis. Dan wijst Zij naar het altaar aan de epistelzijde. Met haar handen samengevouwen, zegt Zij heel plechtig en eerbiedig: “Het altaar van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Dan wijst de Vrouwe mij op het altaar aan de evangeliezijde en zegt: “Aan deze kant het altaar van de Vrouwe van alle Volkeren. Kijk goed: gelijkvloers. Het lijkt één halve cirkel. Een grote halve cirkel en aan weerskanten een kleine.” Hoewel ik drie altaren zie, lijkt het alsof ze verbonden zijn tot één altaar, één halve cirkel en toch drie halve cirkels. De voorstellingen achter de altaren Dan zegt de Vrouwe: “De offertafel in het midden. Daarachter uitgebeeld het Laatste Avondmaal.” Nu laat de Vrouwe mij duidelijk de voorstellingen zien achter de drie altaren. Achter het middenaltaar zie ik over bijna de gehele breedte van de ronde achterwand een uitbeelding van het Laatste Avondmaal. De Christusfiguur is een prachtige, waardige gestalte. Voor Hem staat een kelk. In zijn handen houdt Hij een hostie; het is alsof Hij de hostie breekt. Daaromheen de apostelen, half liggend aan tafel. Dan gaat de Vrouwe met mij naar de epistelzijde en zegt: “Daar ziet gij de Vader, zittend op de wereldbol.” Tegen de achterwand aan de epistelzijde zie ik een voorstelling van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De figuur die de Vader voorstelt, zit op de wereldbol. Op zijn rechterhand staat een kruis. Daarboven is een duif, die aan alle kanten stralen uitzendt. De Vrouwe zegt: “Hij wordt overschaduwd met het kruis in de hand door de Heilige Geest, uitgebeeld als een duif die naar alle kanten de stralen uitzendt.” Het altaar van de Vrouwe. De aparte kapel Nu wijst de Vrouwe naar de evangeliezijde en zegt: “Het altaar van de Vrouwe is uitgebeeld zoals Ik kom.” Ik zie een voorstelling van de Vrouwe van alle Volkeren, staande op de wereldbol, achter haar het kruis en om de wereldbol heen schapen. Alle drie de voorstellingen zijn gebeeldhouwd in een donkerbruine houtsoort, ook de voorstelling van de Vrouwe van alle Volkeren. Ik ben daarover erg verwonderd. De Vrouwe merkt dat blijkbaar. Zij glimlacht en zegt: “De beeltenis die nu is, ziet ge niet.” Zij bedoelt het schilderij. Dan wenkt Zij mij haar te volgen. Wij lopen naar achteren, aan de evangeliezijde. Achter in de kerk, een beetje opzij, zie ik in een kleine kapel het schilderij van de Vrouwe hangen. De Vrouwe glimlacht en zegt: “Daar, meer opzij, is de beeltenis, apart in een aparte kapel. Dit heeft de Heer Jezus Christus zo gewild.” Het celibaat Als wij weer buiten de kapel staan, zegt de Vrouwe: “En dan wil Ik je nog zeggen dat de Vrouwe je beproefd heeft.” Ineens maakt Zij met haar duim een kruis op haar mond en zegt: “Zeg mij dit niet na.” Dan zegt Zij: “Zeg tegen de sacrista van de Heilige Vader dat hij doorgeeft: het celibaat is nog altijd de grote kracht van de Kerk. Er zijn er die dit anders willen. Alleen bij hoge uitzondering, zeg dit. Hij zal mij begrijpen. Het dogma van Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster zal voor 1960 moeten worden uitgesproken.” De beeltenis in het openbaar Dan zegt de Vrouwe: “Zij komt daar niet waar de kerk zal komen. Vraag of de beeltenis weer in het openbaar gebracht mag worden.” Ik zie nu in een flits de kapel van de St.-Thomaskerk. “Later zal ze overgebracht worden naar het huis van de Heer Jezus Christus.” Opnieuw zie ik dan de kerk van de Vrouwe die in de toekomst gebouwd moet worden. De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Ik heb nu ook gesproken voor alle volkeren. Zeg dit. Als de beeltenis teruggebracht wordt, zal de Vrouwe haar zegen geven.” Het wonder van Kana De Vrouwe wacht even, dan vervolgt Zij: “Ik heb nog een antwoord te geven. De Vrouwe van alle Volkeren sprak en spreekt door de wil van de Heer Jezus Christus, daar waar Hij is.” De Vrouwe wacht weer even en zegt dan: “Immers, was het niet de Heer Jezus Christus zelf die wachtte met zijn grote wonder,” - en nu zegt de Vrouwe zacht en met nadruk - “water veranderen in wijn, tot zijn Moeder gesproken had? Hij zou zijn wonder doen, maar wachtte tot zijn Moeder sprak. Begrijpt ge dit? Dit is mijn antwoord voor vandaag aan hen die niet konden begrijpen dat de Vrouwe 31 mei 1955 kwam in de Thomaskerk.” Nu wacht de Vrouwe weer even. Zij kijkt dan heel droevig naar de mensen die ons die avond zijn komen bezoeken na het Lof en zegt: “En ook voor de arme dwalenden  zegt de Vrouwe dit. Deze gedachte zal ze helpen het begrip van de Vrouwe tegenover hun Heer te verstaan. Breng alles goed over.” Nu kijkt de Vrouwe bedroefd voor zich heen en zegt: “Ik had een ernstige en blijde boodschap willen brengen. Vraag om de beeltenis in het openbaar terug te brengen.” Dan gaat de Vrouwe langzaam, heel langzaam weg. 1.   Het vijfde glorievolle geheim van de rozenkrans: Maria wordt in de hemel gekroond. 2.   Ondanks de smeekbede van de zieneres om te mogen voldoen aan het verzoek van de Vrouwe, bleef haar leidsman bij zijn weigering. Zij moest thuis blijven. 3.   Die dag werd ’s middags om half drie in de kerk de rozenkrans gebeden. Na elk tientje werd het gebed van de Vrouwe gebeden. Er waren bijna vijfhonderd mensen aanwezig. De hele dag door hebben zij gebeden, tot ’s avonds het Lof begon. 4.   Nu spreekt de zieneres de Vrouwe weer na. 5.   Op die dag was de Vrouwe gekomen tijdens de uitstelling van het Allerheiligste. Een aantal mensen had daar aanstoot aan genomen. 6.   De Vrouwe doelt hier op enkele van de aanwezigen, die de boodschappen voorhun eigen doeleinden wilden gebruiken. 7.   Als teken dat de zieneres de volgende woorden niet moest naspreken. 8.   Nu spreekt de zieneres de Vrouwe weer na.

< VORIGE

VOLGENDE >

de Vrouwevan Alle Volkeren